ECLI:NL:RBROT:2009:BL3620
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bestuurder en nieuwe vennootschap bij misbruik identiteitsverschil en voortzetting onderneming
Vesteda vordert betaling van een openstaande hoofdsom van circa €287.861,75 van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2], wegens onbetaalde huurincasso's die oorspronkelijk aan [bedrijf 2] toebehoorden. Na een geschil met Vesteda beëindigde [bedrijf 2] haar activiteiten en werd een nieuwe vennootschap, [gedaagde sub 1], opgericht die de incassoactiviteiten voortzette, gebruikmakend van dezelfde handelsnaam, website en personeel.
Vesteda stelt dat [gedaagde sub 2], feitelijk bestuurder van beide vennootschappen, misbruik heeft gemaakt van het identiteitsverschil tussen [bedrijf 2] en [gedaagde sub 1] met het doel Vesteda als schuldeiser te benadelen. De rechtbank oordeelt dat dit misbruik heeft plaatsgevonden en dat de vennootschappen kunnen worden vereenzelvigd, waardoor [gedaagde sub 1] aansprakelijk is voor de schuld van [bedrijf 2].
De rechtbank wijst het verweer van de gedaagden af, waaronder de stelling dat er geen schuld zou bestaan en dat selectieve betaling was toegestaan. Ook wordt het causaal verband tussen het onrechtmatig handelen en de schade door Vesteda voldoende vastgesteld. De vorderingen van Vesteda worden dan ook toegewezen, terwijl de tegenvordering van [gedaagde sub 2] wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, rente en proceskosten wegens misbruik van identiteitsverschil en voortzetting van de onderneming.