ECLI:NL:RBROT:2009:BL3636
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Zelm van Eldik
- Rechtspraak.nl
Geschil over oneerlijke mededinging en bedrijfsgeheimen bij overname werknemers
De rechtbank Rotterdam behandelde een civiele zaak tussen Blue Water International en Blue Water Middle East (gezamenlijk Blue Water) en Eimskip B.V. over vermeende oneerlijke mededinging. Blue Water stelde dat werknemers die van hen waren overgenomen, bedrijfsgeheimen hadden doorgegeven aan Eimskip, wat tot onrechtmatig voordeel had geleid. Eerder had een Chinese rechter een identiek geschil beoordeeld en de vorderingen van Blue Water afgewezen wegens gebrek aan bewijs dat de informatie bedrijfsgeheimen betrof.
Blue Water verzocht om inzage in financiële gegevens van Eimskip via een incidentele vordering ex art. 843a Rv om nieuw bewijs te verkrijgen, maar de rechtbank wees deze af wegens onvoldoende belang en gebrek aan concrete toelichting. De rechtbank concludeerde dat een herzieningsverzoek in China weinig kans van slagen zou hebben.
Hoewel vaststond dat werknemers met kennis van klanten en markten bij Eimskip gingen werken en dat Eimskip hierdoor winst behaalde, oordeelde de rechtbank dat dit niet onrechtmatig was volgens Chinees recht. Blue Water kon niet aantonen dat Eimskip bewust handelde in strijd met een concurrentiebeding of dat er sprake was van misleiding van klanten.
De vorderingen van Blue Water werden daarom afgewezen. Wel werd Blue Water veroordeeld tot vergoeding van de schade die Eimskip had geleden door het conservatoir beslag dat Blue Water onrechtmatig had gelegd op 16 maart 2006, welke schade nader bij staat moet worden vastgesteld.
Uitkomst: Vordering Blue Water afgewezen, maar Blue Water veroordeeld tot schadevergoeding voor onrechtmatig beslag.