ECLI:NL:RBROT:2009:BL4046
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en gedeeltelijke opheffing huisverbod met contactregeling minderjarige zoon
Verzoeker had een huisverbod opgelegd gekregen vanwege een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van zijn ex-partner en hun minderjarige zoon, veroorzaakt door geweld en problematisch alcohol- en drugsgebruik. Verzoeker stelde beroep in tegen het huisverbod en de verlenging daarvan en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het huisverbod terecht was opgelegd binnen de beleidsvrijheid van de overheid, gelet op de feiten zoals geweldsincidenten, politie-registraties en het aanwezige gevaar. Het verweer dat verzoeker niet was gehoord voorafgaand aan het besluit werd verworpen. Ook de verlenging van het huisverbod was gerechtvaardigd vanwege de aanhoudende dreiging en het feit dat hulpverlening pas recent was opgestart.
Echter, de voorzieningenrechter achtte het belang van het contact tussen verzoeker en zijn minderjarige zoon zwaarder wegen en verklaarde het beroep gegrond voor zover het contact betreft. Verzoeker mag onder toezicht van zijn tante op vier specifieke data contact hebben met zijn zoon, waarbij de vrouw het kind brengt en ophaalt buiten aanwezigheid van verzoeker. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de hoofdzaak onmiddellijk werd beslist.
Uitkomst: Het beroep tegen het huisverbod wordt deels gegrond verklaard voor het contact tussen verzoeker en zijn minderjarige zoon onder toezicht, en voor het overige afgewezen.