ECLI:NL:RBROT:2009:BL5012
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.F. Lubberink
- Rechtspraak.nl
Betaling simkaartkosten na opzegging mobiele telefonieovereenkomst
Partijen sloten een overeenkomst voor mobiele telefonie waarbij gedaagde de overeenkomst opzegde met een gewenste beëindigingsdatum van 27 oktober 2006. Eiseres, Orange, stelde echter dat de overeenkomst pas op 10 november 2006 kon worden ontbonden en leverde een simkaart voor deze periode.
Orange vordert betaling van de kosten die in deze periode zijn gemaakt. De kantonrechter oordeelt dat gedaagde verantwoordelijk blijft voor het gebruik van de simkaart tot 10 november 2006, ongeacht of hij zelf de simkaart gebruikte, omdat de voorwaarden van Orange dit voorschrijven.
Gedaagde mocht bewijzen dat het gebruik van de simkaart hem niet kan worden toegerekend, maar heeft onvoldoende concrete feiten aangevoerd. De rechtbank wijst het verweer af en bepaalt dat gedaagde in principe moet betalen, tenzij hij overtuigend bewijs levert dat het gebruik niet aan hem kan worden toegerekend.
De procedure wordt aangehouden voor bewijslevering, waarbij gedaagde zich moet uitlaten over zijn bewijsaanbod en eventueel getuigen kan oproepen. De uitspraak is gewezen door kantonrechter W.F. Lubberink.
Uitkomst: Gedaagde blijft verantwoordelijk voor simkaartkosten tot 10 november 2006, bewijslevering wordt toegestaan en procedure aangehouden.