ECLI:NL:RBROT:2009:BL7396
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.F. Lubberink
- Rechtspraak.nl
Toewijsbaarheid schadevergoeding bij mobiele telefoonabonnement en toetsing onredelijk bezwarend beding
Intrum Justitia vordert betaling van openstaande bedragen voortvloeiend uit een mobiele telefoonabonnement dat gedaagde met Vodafone zou zijn aangegaan. Gedaagde betwist de overeenkomst en stelt dat misbruik is gemaakt van zijn gegevens, mede omdat hij onder bewind stond en geen abonnement kon afsluiten. Hij voert aan dat iemand anders de abonnementen heeft afgesloten en dat er diefstal van zijn bankpas en pincode heeft plaatsgevonden.
Intrum Justitia overlegt een afschrift van de overeenkomst en wijst erop dat de overeenkomst is gesloten door een persoon die beschikte over zowel de bankpas als de identiteitskaart en pincode van gedaagde, waarbij een klein bedrag is gepind ter verificatie. De kantonrechter oordeelt dat gedaagde onvoldoende feiten heeft aangevoerd om aan te tonen dat Vodafone op de hoogte was van zijn bewindvoering, waardoor dit verweer faalt.
De kantonrechter wijst op de verplichting ambtshalve te toetsen of het beding in de overeenkomst onredelijk bezwarend is in het licht van Europese richtlijnen. Met name wordt overwogen dat het in rekening brengen van resterende termijnen mogelijk een onevenredig hoge schadevergoeding kan zijn, omdat Vodafone dan geen diensten meer levert. Daarom wordt Intrum Justitia verzocht nadere informatie te verstrekken over de ontbinding van de overeenkomst, facturering, kortingen en de waarde van het toestel.
De beslissing wordt aangehouden totdat deze aanvullende informatie is verstrekt. Het vonnis is gewezen door mr. W.F. Lubberink en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
Uitkomst: De vordering van Intrum Justitia wordt toegewezen onder voorbehoud van nadere informatie over onredelijk bezwarende bedingen en facturering.