ECLI:NL:RBROT:2009:BL7454
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.F. Lubberink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onredelijk bezwarend beding in overeenkomst mobiele telefoon met abonnement
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of een beding in de overeenkomst tussen Intrum Justitia en gedaagde, betreffende een mobiele telefoon met abonnement, onredelijk bezwarend is in de zin van Europese richtlijnen. Gedaagde heeft diverse verweren aangevoerd die door de kantonrechter zijn verworpen. De kern van het geschil betreft de toewijsbaarheid van de gevorderde schadevergoeding, waarbij de kantonrechter ambtshalve moet toetsen of het beding een onevenredig hoge schadevergoeding oplegt.
De kantonrechter heeft Intrum Justitia verzocht om aanvullende, gemotiveerde informatie te verstrekken, waaronder het overleggen van facturen, de status van de buitengerechtelijke ontbinding van de overeenkomst, de uitgefactureerde maandtermijnen, de toepassing van kortingen en de waarde van het ter beschikking gestelde telefoontoestel. Intrum Justitia heeft aanvankelijk slechts summier gereageerd, waarop de kantonrechter haar alsnog op eigen kosten gelegenheid geeft om de gevraagde informatie te verstrekken.
De zaak is verwezen naar een rolzitting waarbij geen uitstel zal worden verleend, en verdere beslissingen worden aangehouden totdat de gevraagde informatie is verstrekt. De kantonrechter benadrukt de verplichting tot toetsing van onredelijk bezwarende bedingen op grond van Richtlijn 93/13/EEG en de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.
Uitkomst: De zaak is aangehouden om Intrum Justitia in de gelegenheid te stellen aanvullende informatie te verstrekken over de facturen en het onredelijk bezwarend beding.