ECLI:NL:RBROT:2009:BO6146
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K.L. van Zetten
- Rechtspraak.nl
Arbeidsovereenkomst en loonvordering na auto-ongeluk tijdens werktijd
De werknemer, een taxichauffeur, raakte betrokken bij een auto-ongeluk tijdens werktijd en verbleef enige tijd in het ziekenhuis. De werkgever stelde dat de werknemer ontslag had genomen, terwijl de werknemer betwistte dat de arbeidsovereenkomst was geëindigd en vorderde een verklaring voor recht dat deze nog voortduurde, alsmede betaling van achterstallig loon.
Een deskundige voerde onderzoek uit naar de ouderdom van de inkt op de ontslagverklaring, waaruit bleek dat de inkt van de handtekening enkele maanden ouder was dan die van de datum. Getuigenverklaringen van de werknemer en zijn familie ondersteunden dat de werknemer op de datum van het ontslag medisch niet in staat was om ontslag te nemen of contact te hebben met de werkgever.
De werkgever bracht getuigen naar voren die verklaarden de werknemer kort na het ongeval te hebben gezien, wat het verweer ondersteunde dat de werknemer niet arbeidsongeschikt was. De kantonrechter oordeelde dat de werknemer met het deskundigenrapport en de getuigenverklaringen voldoende bewijs had geleverd dat de arbeidsovereenkomst na de betwiste datum voortduurde.
De vordering tot verklaring voor recht dat de arbeidsovereenkomst voortduurde werd toegewezen, evenals de vordering tot betaling van achterstallig loon en vakantiegeld, behoudens het verweer dat de werknemer niet ziek was of niet beschikbaar was voor arbeid. De verdere beoordeling van dit verweer werd aangehouden voor nadere bewijslevering.
De zaak werd verwezen naar een rolzitting voor het indienen van aanvullende bewijsstukken over de arbeidsongeschiktheid en inkomsten van de werknemer na de betwiste datum.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst tussen partijen wordt verklaard voort te duren na 8 augustus 2006 en de vordering tot betaling van achterstallig loon wordt in beginsel toegewezen.