ECLI:NL:RBROT:2010:8997
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Boven
- Van Nijen
- Trotman
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring wegens onbetrouwbaarheid buitenlandse startinformatie in strafzaak
In deze strafzaak heeft de officier van justitie verzocht om niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging van de verdachte. Dit verzoek is gebaseerd op het feit dat de startinformatie, verkregen van Amerikaanse autoriteiten en afkomstig van een meewerkende getuige, niet langer betrouwbaar en bruikbaar wordt geacht. Hierdoor kan noch de rechtbank noch de verdediging de rechtmatigheid en betrouwbaarheid van het bewijs controleren.
De verdediging steunt dit standpunt en wijst op het ontbreken van cruciale informatie die nodig is om te beoordelen of de opsporingsbevoegdheden correct zijn toegepast, waaronder of er sprake is geweest van uitlokking of naleving van het Tallon-criterium. Het achterhouden van deze informatie leidt tot een ernstig vormverzuim in het voorbereidend onderzoek, waardoor het recht op een eerlijk proces wordt geschonden.
De rechtbank concludeert dat de officier van justitie niet langer kan instaan voor de betrouwbaarheid van de startinformatie en volgt het verzoek tot niet-ontvankelijkverklaring. Voortzetting van de vervolging zou het recht van de verdachte op een eerlijke behandeling van zijn zaak onaanvaardbaar schenden. Daarom verklaart de rechtbank het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk in de vervolging.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk in de vervolging wegens onbetrouwbaarheid van buitenlandse startinformatie.