ECLI:NL:RBROT:2010:BK9796
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen openbaarmaking sanctiebesluit CBW-voorwaarden
Verzoekster, een keukenverkoper aangesloten bij de Centrale Branchevereniging Wonen (CBW), kreeg een sanctiebesluit opgelegd wegens het niet naleven van de CBW-voorwaarden, met name het vragen van een te hoog aanbetalingpercentage en het verlangen van betaling enkele dagen voor aflevering, wat in strijd is met artikel 8.8 van de Wet handhaving consumentenbescherming (Whc) en artikel 6:193c BW.
Verzoekster maakte bezwaar tegen het sanctiebesluit en het voornemen tot openbaarmaking daarvan en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om openbaarmaking te verhinderen en het sanctiebesluit te schorsen. De voorzieningenrechter oordeelde dat het sanctiebesluit de voorlopige rechtmatigheidstoets kan doorstaan en dat er geen spoedeisend belang is voor schorsing of verhindering van openbaarmaking.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de CBW-voorwaarden een gedragscode zijn waaraan verzoekster gebonden is en dat de overtredingen concreet en kenbaar zijn. Verzoekster erkende het niet naleven van het aanbetalingpercentage, maar betwistte de interpretatie van de betalingsvoorwaarden. De rechtbank verwierp dit verweer en bevestigde dat de betalingsvoorwaarden duidelijk voorschrijven dat betaling netto bij aflevering moet plaatsvinden.
De voorzieningenrechter wees het verzoek tot voorlopige voorziening af en bepaalde dat de openbaarmaking kan plaatsvinden, mits vermeld wordt dat verzoekster haar orderbonnen inmiddels heeft aangepast. Ook werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening tegen openbaarmaking en schorsing van het sanctiebesluit wordt afgewezen.