ECLI:NL:RBROT:2010:BL1159
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J. van den Broek-Prins
- Rechtspraak.nl
Voorlopige ondertoezichtstelling gehandhaafd, machtiging uithuisplaatsing niet verlengd bij baby met RS-virus
De zaak betreft een verzoek van de raad voor de kinderbescherming om een voorlopige ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige baby die is opgenomen met een RS-bronchiolitis.
De raad baseert het verzoek mede op zorgen over affectieve verwaarlozing door de moeder en een belaste voorgeschiedenis van de moeder met eerdere uithuisplaatsingen van haar andere kinderen. De moeder en vader willen meewerken aan hulpverlening en pleeggezinplaatsing, maar de stichting weigert hulp in het vrijwillig kader te bieden.
De rechtbank oordeelt dat de voorlopige ondertoezichtstelling gehandhaafd blijft om de gezondheid van de minderjarige te beschermen, maar ziet onvoldoende aanleiding om de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen. De inschattingsfout van de moeder omtrent de ernst van de ziekte wordt niet als verwijtbaar genoeg gezien om uithuisplaatsing te rechtvaardigen.
De rechtbank benadrukt dat de minderjarige thuis kan worden geplaatst zodra aan de door de raad gestelde voorwaarden, waaronder intensieve pedagogische ondersteuning, is voldaan. De beslissing op het verzoek tot definitieve ondertoezichtstelling wordt aangehouden tot het onderzoek door de raad is afgerond.
Uitkomst: Voorlopige ondertoezichtstelling gehandhaafd, machtiging uithuisplaatsing niet verlengd wegens onvoldoende bewijs van verwijtbaar inadequaat handelen door moeder.