ECLI:NL:RBROT:2010:BL1433
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.F.L.M. van der Grinten
- P.H. Veling
- P. Vrolijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek kantonrechter wegens gebrek aan vooringenomenheid
In deze civielrechtelijke procedure heeft verzoekster een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter die haar als partij-getuige verhoorde. Verzoekster stelde dat de kantonrechter haar verklaring niet wilde opnemen in het proces-verbaal en dat hij haar getuigenis niet kon duiden, wat zou duiden op vooringenomenheid.
De rechtbank heeft het dossier en het proces-verbaal van het verhoor bestudeerd en het wrakingsverzoek ter zitting behandeld. De kantonrechter heeft toegelicht dat verzoekster niet consistent verklaarde en geen duidelijk onderscheid maakte tussen feiten en conclusies, waardoor hij het verhoor niet kon voortzetten.
De rechtbank concludeert dat er geen aanwijzingen zijn dat de kantonrechter subjectief niet onpartijdig was en dat de vrees van verzoekster voor vooringenomenheid niet objectief gerechtvaardigd is. Het wrakingsverzoek wordt daarom afgewezen. De rechtbank adviseert de kantonrechter en partijen om een passende oplossing te zoeken voor de ontstane patstelling in de bodemprocedure.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde aanwijzingen voor vooringenomenheid.