ECLI:NL:RBROT:2010:BL1437
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.F.L.M. van der Grinten
- P.H. Veling
- P. Vrolijk
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking kantonrechter niet-ontvankelijk wegens te late indiening
In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter van de sector kanton van de rechtbank Rotterdam. Het verzoek was gebaseerd op een opmerking van de kantonrechter tijdens een getuigenverhoor, waarin de kantonrechter stelde dat een getuige een overtuigende indruk maakte ondanks een taalprobleem. Verzoeker meende dat deze opmerking duidde op vooringenomenheid.
De rechtbank heeft geoordeeld dat alle feiten en omstandigheden waarop het wrakingsverzoek was gebaseerd, aan verzoeker bekend waren aan het einde van de laatste getuigenverhoorzitting op 9 december 2009. Verzoeker heeft echter gewacht tot 21 december 2009 met het indienen van het verzoek, waardoor het verzoek niet tijdig was ingediend.
Ten overvloede heeft de rechtbank overwogen dat de kantonrechter met zijn opmerking niet een definitief oordeel over de waarde van de getuigenverklaring heeft gegeven, maar slechts wilde aangeven dat het taalprobleem geen belemmering vormde voor de verklaring. Er was geen sprake van een omstandigheid die grond tot wraking kon opleveren.
De rechtbank verklaart het wrakingsverzoek daarom niet-ontvankelijk en wijst het af. De beslissing is genomen door een meervoudige kamer voor wrakingszaken op 25 januari 2010.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.