ECLI:NL:RBROT:2010:BL1920
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van den Hurk
- Wurzer-Leenhouts
- Den Hollander
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor invoer en voorbereiding van invoer van cocaïne via zeecontainers
De rechtbank Rotterdam heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar wegens het opzettelijk invoeren van circa 62,5 kilogram cocaïne in Nederland via een zeecontainer met een deklading cassave en pomtayer, evenals het voorbereiden en bevorderen van twee eerdere invoertransporten van cocaïne in 2006 en 2007. De container werd op 27 juni 2009 in Rotterdam aangekomen en onderzocht door de douane, waarbij de cocaïne werd aangetroffen.
De rechtbank oordeelde dat het netto gewicht van de cocaïne in de deklading cassave niet exact kon worden vastgesteld vanwege vernietiging, maar dit vormde geen ernstige procesrechtelijke schending. De verdachte werd deels vrijgesproken voor twee feiten (feit 3 en 5) wegens onvoldoende bewijs dat cocaïne daadwerkelijk in die containers aanwezig was, ondanks sterke aanwijzingen.
De bewijsvoering bestond uit verklaringen van de verdachte, onderzoek van douane en NFI, e-mailcorrespondentie, bankafschriften, en doorzoekingen van woning en loods. De verdachte speelde een cruciale rol door een eenmanszaak op te richten en logistieke en administratieve handelingen te verrichten om de invoer mogelijk te maken.
De rechtbank nam bij de strafoplegging de ernst van de feiten, de schadelijkheid van cocaïne voor de samenleving, en het financieel motief van de verdachte mee. De verdachte had geen eerdere veroordelingen en toonde openheid van zaken, wat in de strafmaat werd betrokken. De opgelegde straf houdt rekening met de tekortkoming in het dossier door gedeeltelijke vrijspraak en strafvermindering.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf voor invoer en voorbereiding van invoer van cocaïne.