ECLI:NL:RBROT:2010:BL3506
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.F.L.M. van der Grinten
- M.C. van der Kolk
- H. van Lokven-van der Meer
- Rechtspraak.nl
Verzoekster niet-ontvankelijk in wrakingsverzoek na beëindiging behandeling zaak
Verzoekster, preventief gedetineerd, diende een verzoek tot schorsing van haar voorlopige hechtenis in, dat op 19 januari 2010 door de rechters werd afgewezen. Vervolgens diende haar advocaat op 20 januari 2010 een wrakingsverzoek in tegen de rechters die het verzoek hadden behandeld.
De rechtbank oordeelde dat wraking alleen kan worden verzocht zolang de zaak nog in behandeling is bij de betreffende rechters. Omdat de rechters op 19 januari 2010 al een eindbeslissing hadden genomen, was de behandeling van de zaak beëindigd en was het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk.
Verzoekster kon niet worden ontvangen in haar wrakingsverzoek, ook niet omdat zij pas na de beslissing kennis kon nemen van de motivering. De rechtbank wees tevens het verzoek af om het schorsingsverzoek opnieuw in behandeling te nemen, aangezien dit niet tot de bevoegdheid van de wrakingskamer behoort.
Ten slotte ging de rechtbank niet in op het verzoek van de rechters om toekomstige wrakingsverzoeken van verzoekster niet in behandeling te nemen, omdat daarvoor onvoldoende gronden aanwezig waren.
Uitkomst: Verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard in haar wrakingsverzoek omdat de zaak reeds was beëindigd.