ECLI:NL:RBROT:2010:BL3682

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
3 februari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
332811 / HA ZA 09-1679
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Intrekking
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 237 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schikking in hoofdzaak leidt tot intrekking vordering in vrijwaring en toewijzing proceskosten

Interpac B.V. was in een hoofdzaak aangesproken door HVE Trading Ltd & Co. KG wegens terugbetaling van een aanbetaling en tekortkoming in nakoming. Gedaagden hielden zich in de relevante periode bezig met de dagelijkse bedrijfsvoering van Interpac. Interpac vorderde in vrijwaring dat gedaagden hoofdelijk zouden worden veroordeeld tot betaling van hetgeen Interpac in de hoofdzaak aan HVE verschuldigd zou zijn.

Gedaagden voerden gemotiveerd verweer tegen deze vordering. Tijdens de procedure bereikte Interpac een schikking in de hoofdzaak en trok zij haar vordering in vrijwaring tegen gedaagden in. Hierdoor bestond geen reden meer om de inhoudelijke vordering te beoordelen.

De rechtbank oordeelde dat hoewel formeel geen partij in het ongelijk was gesteld, de proceskosten die gedaagden hadden gemaakt om zich tegen de vordering te verweren, als nodeloos door Interpac veroorzaakt moesten worden beschouwd. Daarom werd Interpac veroordeeld tot betaling van de proceskosten van gedaagden, begroot op € 1.929,00.

De uitspraak werd gedaan door rechter P.A.M. van Schouwenburg-Laan en op 3 februari 2010 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Interpac B.V. trekt vordering in vrijwaring in en wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan gedaagden.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: 332811 / HA ZA 09-1679
Vonnis in vrijwaring van 3 februari 2010
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
INTERPAC B.V.,
gevestigd te Capelle aan den IJssel,
eiseres,
advocaat mr. J.K.A. van Loo,
tegen
1. [gedaagde 1]
wonende te [adres],
2. [gedaagde 2],
wonende te [adres],
gedaagden,
advocaat mr. A.H.G. Katz.
Partijen zullen hierna ‘Interpac B.V.’ respectievelijk ‘[gedaagden]’ genoemd worden.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding d.d. 16 juni 2009;
- de conclusie van antwoord;
- het tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 23 december 2009, waarbij een comparitie van partijen is gelast.
1.2. Op 19 januari 2010 heeft Interpac aan de rechtbank bericht dat in de hoofdprocedure onder zaak- en rolnummer 323233/ HA ZA 09-241 (hierna: ‘de hoofdzaak’) een schikking is bereikt, en dat zij haar vordering in vrijwaring tegen [gedaagden] niet langer handhaaft. Interpac heeft de rechtbank verzocht om in de onderhavige procedure in vrijwaring vonnis te wijzen in verband met de proceskosten van [gedaagden]. Vervolgens is vonnis bepaald.
2. Het geschil en de beoordeling
2.1. Interpac is in hoofdzaak door HVE Trading Ltd & Co. KG (hierna: ‘HVE’) aangesproken in verband met (volgens HVE) terugbetaling van een aanbetaling en een toerekenbare tekortkoming in de nakoming. In de relevante periode hielden [gedaagden] zich bezig met de dagelijkse bedrijfsvoering van Interpac.
2.2. Interpac heeft gevorderd dat [gedaagden] hoofdelijk zouden worden veroordeeld om aan Interpac te voldoen al hetgeen waartoe Interpac in de hoofdzaak jegens HVE mocht worden veroordeeld, met inbegrip van de proceskostenveroordeling.
[gedaagden] hebben gemotiveerd verweer gevoerd. Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van Interpac in de kosten van de procedure.
2.3. Nu Interpac haar vordering niet langer handhaaft, zoals vermeld onder 1.2 hierboven, bestaat geen reden voor een beoordeling van of beslissing over deze vordering. Wel is verzocht om een beoordeling ter zake van de proceskosten.
2.4. Gelet op het bepaalde in artikel 237 Rv Pro geldt als uitgangspunt dat de partij die bij vonnis in het ongelijk wordt gesteld in de kosten wordt veroordeeld. Aan dit criterium zal niet kunnen worden voldaan omdat in deze zaak formeel bezien geen sprake is van een in het ongelijk gestelde partij in de zin van artikel 237 Rv Pro.
Dit neemt echter niet weg dat in deze procedure een beslissing ten aanzien van de proceskosten op haar plaats is. [gedaagden] hebben immers op redelijke gronden kosten gemaakt om zich te verweren tegen de vordering in vrijwaring van Interpac. Nu Interpac deze vordering niet heeft gehandhaafd zijn de door [gedaagden] gemaakte kosten te beschouwen als nodeloos door Interpac veroorzaakt.
2.5. Interpac B.V. zal op bovengenoemde gronden in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagden] worden begroot op:
- vast recht € 1.035,00
- salaris advocaat € 894,00 (1 punt × tarief € 894,00)
Totaal € 1.929,00
3. De beslissing
De rechtbank,
veroordeelt Interpac B.V. in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagden] tot op heden begroot op € 1.929,00.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.A.M. van Schouwenburg-Laan en in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2010.?
1885