ECLI:NL:RBROT:2010:BL4315
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur en geschil over paulianeuze onttrekkingen
De curator van de failliete vennootschap [bedrijf 1] vordert hoofdelijk aansprakelijkheid van de bestuurders [gedaagde 1], [gedaagde 2] en [gedaagde 3] op grond van artikel 2:248 BW Pro wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur, met name vanwege tekortkomingen in de administratie en vermeende onttrekkingen die de schuldeisers benadelen. Daarnaast vorderen de bestuurders in reconventie een verklaring voor recht dat de curator onzorgvuldig heeft gehandeld jegens hen.
De rechtbank stelt vast dat [gedaagde 3] bestuurder was van de tussenhoudster [bedrijf 2], welke bestuurder was van [bedrijf 1], en dat [gedaagde 2] feitelijk beleidsbepaler was. [gedaagde 1] is niet als bestuurder aangemerkt. De curator verwijt onder meer het niet bijhouden van grootboekrekeningen, het ontbreken van jaarrekeningen, en onrechtmatige betalingen aan een vennootschap van de bestuurders, waaronder valse facturen en management fees.
De rechtbank beoordeelt dat de curator onvoldoende concreet en feitelijk heeft onderbouwd dat de administratie zodanig gebrekkig was dat het bestuur kennelijk onbehoorlijk heeft gehandeld. Ook zijn de gestelde onttrekkingen en onrechtmatigheden onvoldoende bewezen, mede doordat de curator niet adequaat heeft gereageerd op het verweer van de bestuurders. De curator heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld jegens de bestuurders, onder meer bij de verkoop van de voorraad en de omgang met de Rabobank.
De rechtbank houdt de beslissing aan voor nader onderzoek naar enkele specifieke punten, waaronder de tekortkomingen in de administratie en de persoonlijke verwijtbaarheid van de bestuurders. De vordering van de curator wordt niet toegewezen voor zover onvoldoende onderbouwd, en de vordering van de bestuurders tegen de curator wordt eveneens aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan voor nader onderzoek en wijst de vorderingen toe voor zover voldoende onderbouwd.