ECLI:NL:RBROT:2010:BL4376
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vonnis over declaratie advocaat en begroting in Wtbz-procedure
Deze civiele zaak betreft een geschil over de betaling van een declaratie van advocaat Chanice aan de gedaagde, die zij in een appelprocedure bij het Gerechtshof Den Haag heeft bijgestaan. De gedaagde betwistte de vordering en vorderde in reconventie terugbetaling van een betaald voorschot. De rechtbank stelde vast dat de Raad van Toezicht niet bereid was de declaratie te begroten, waardoor de rechtbank zelf tot begroting overging.
De declaratie betrof werkzaamheden voor een complexe letselschadezaak in hoger beroep, met een omvangrijke memorie van antwoord. De rechtbank oordeelde dat de declaratie niet onredelijk hoog was, gebaseerd op een uurtarief van NLG 300 en een besteding van 73 uren. Het reeds betaalde voorschot werd in mindering gebracht, waarna een bedrag van € 12.649,68 werd toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 27 november 2000.
De vordering in reconventie van de gedaagde werd afgewezen. De gedaagde werd veroordeeld tot betaling van de declaratie en de proceskosten aan de zijde van Chanice. De rechtbank verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de gedaagde tot betaling van € 12.649,68 vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten aan Chanice.