ECLI:NL:RBROT:2010:BL4474
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. Vrolijk
- M.K. Bulterman
- J.D.M. Nouwen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek planschadevergoeding door waardevermindering woning door aanleg HSL-Zuid
Eiser verzocht om vergoeding van waardevermindering van zijn woning als gevolg van de aanleg van de Hoge Snelheidslijn-Zuid (HSL-Zuid). Verweerder kende een schadevergoeding van €3.500 toe, welke eiser betwistte en bezwaar tegen maakte. Na een hoorzitting verklaarde verweerder het bezwaar ongegrond, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank onderzocht of de waardebepaling, die de grondslag vormde voor de schadevergoeding, op juiste wijze was vastgesteld. De waardebepaling vond plaats op basis van de oude planologische situatie voorafgaand aan de peildatum 6 september 1999, waarbij rekening werd gehouden met diverse objectkenmerken en marktsituatie. De Schadecommissie concludeerde dat er sprake was van waardevermindering door het tracébesluit en taxeerde deze op €3.500.
Eiser voerde aan dat de waarde van zijn woning hoger was, onder meer op basis van een taxatie voor een hypotheek en de WOZ-waarde, en dat hij ongelijk werd behandeld ten opzichte van zijn buren die een hogere schadevergoeding ontvingen. De rechtbank oordeelde dat de planologische uitgangspunten voor planschadevergoeding anders zijn dan die voor hypotheek- of WOZ-waardebepalingen en dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet slaagt omdat het om verschillende objecten met eigen kenmerken gaat.
De rechtbank stelde vast dat de Schadecommissie deskundig en zorgvuldig te werk is gegaan en dat er geen bewijs is dat de waardevermindering onjuist is vastgesteld. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde schadevergoeding van €3.500 wegens waardevermindering wordt ongegrond verklaard.