ECLI:NL:RBROT:2010:BL5639
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Curator kan reconventionele vordering instellen in renvooiprocedure en recht op inzage bankafschriften
In deze civiele procedure tussen [x] en de curator van de failliete boedel van [eiser] staat centraal de vraag of de curator een reconventionele vordering kan instellen in een renvooiprocedure en of hij recht heeft op inzage in bank- en giroafschriften van rekeningen op naam van [x].
[x] vordert verificatie van zijn vordering als concurrente schuldeiser, terwijl de curator deze vordering betwist en zelf een reconventionele vordering instelt wegens onttrekking van gelden aan de boedel. Tevens vordert de curator inzage in bankafschriften op grond van artikel 843a Rv om te onderzoeken of betalingen die tijdens surseance en faillissement op rekeningen van [x] zijn gedaan, aan de boedel hadden moeten toekomen.
De rechtbank oordeelt dat artikel 136 Rv Pro het instellen van een reconventionele vordering in een renvooiprocedure toelaat. Verder wordt het rechtmatig belang van de curator erkend om inzage te krijgen in de bankafschriften, ondanks het privacybelang van [x]. De vordering wordt toegewezen voor zover [x] over de stukken beschikt, met een gematigde dwangsom bij niet-naleving. De zaak wordt verwezen voor verdere conclusies na tussenvonnis.
Uitkomst: De curator krijgt inzage in bank- en giroafschriften van [x] met een dwangsom bij niet-naleving en kan een reconventionele vordering instellen in de renvooiprocedure.