ECLI:NL:RBROT:2010:BL6638
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatig gebruik van naam Maas-Delta Deurwaarders en vordering schadevergoeding
De zaak betreft een conflict tussen eiser en Maas-Delta Deurwaarders over het vermeende onrechtmatig gebruik van de naam Maas-Delta Deurwaarders door eiser tijdens huisbezoeken. Maas-Delta stelt dat eiser zich onterecht voordeed als gerechtsdeurwaarder van haar kantoor, zonder toestemming, wat onrechtmatig is en schade veroorzaakt.
Eiser betwist deze beschuldigingen en stelt dat hij zich presenteerde als vertegenwoordiger van zijn eigen incassobureau Solvital en niet als deurwaarder van Maas-Delta. Hij vordert schadevergoeding wegens omzetverlies nadat Maas-Delta een brief aan zijn opdrachtgever Solvence stuurde en aangifte deed bij de politie. Maas-Delta ontkent onrechtmatig te hebben gehandeld en voert verweer tegen de hoogte van de schadevergoeding en het causaal verband.
De rechtbank oordeelt dat eiser bewijs mag leveren dat hij zich als vertegenwoordiger van Solvital heeft gepresenteerd. Indien dit slaagt, kan Maas-Delta onrechtmatig hebben gehandeld door onjuiste informatie te verspreiden, met mogelijke schade voor eiser. De rechtbank wijst het beroep op niet-ontvankelijkheid af en bepaalt dat partijen getuigen kunnen laten horen. Verdere beslissing wordt aangehouden in afwachting van bewijslevering.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep op niet-ontvankelijkheid af en gelast bewijslevering over het onrechtmatig handelen en de schade.