ECLI:NL:RBROT:2010:BL7863
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering tot ontruiming volkstuin wegens niet-nakoming betalingsverplichtingen
Gedaagde huurt een volkstuin via lidmaatschap van een volkstuinvereniging en de overkoepelende Rotterdamse Bond van Volkstuinders. Na drie achtereenvolgende jaren van niet-tijdige betaling van de jaarrekening heeft de vereniging het lidmaatschap van gedaagde opgezegd, waardoor ook het gebruiksrecht van de tuin is geëindigd. Gedaagde heeft geweigerd de tuin te verlaten, waarna eiseres een vordering tot ontruiming instelde.
De voorzieningenrechter oordeelt dat gedaagde tekort is geschoten in haar betalingsverplichtingen, hetgeen voldoende aannemelijk is gemaakt met onbetwiste stukken en een advies van de Commissie van Geschillen. De opzegging van het lidmaatschap door de vereniging en de Rotterdamse Bond was in overeenstemming met de statuten en het huishoudelijk reglement, ondanks een formele onregelmatigheid in de opzegtermijn die volgens artikel 2:36 BW Pro werd geconverteerd.
Gedaagde stelde dat de huurovereenkomst onder dwingend huurrecht valt en dat een langere opzegtermijn en schadevergoeding vereist zijn, maar dit werd door de voorzieningenrechter verworpen. De belangenafweging weegt het belang van de vereniging bij beëindiging van de situatie zwaarder dan het belang van gedaagde bij voortzetting van het lidmaatschap en gebruik van de tuin. De vordering tot ontruiming wordt daarom toegewezen met een gematigde dwangsom en een regeling voor taxatie en financiële afwikkeling van het tuinhuisje.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming van de volkstuin wordt toegewezen met een gemaximeerde dwangsom en veroordeling tot medewerking aan taxatie en overdracht van het tuinhuisje.