ECLI:NL:RBROT:2010:BL7883
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatig handelen van TBS-kliniek bij intrekking proefverlof en aansprakelijkheid
Eiser, onder behandeling bij De Kijvelanden op grond van een TBS-maatregel, kreeg op 16 mei 2006 proefverlof met voorwaarden. Dit proefverlof werd op 7 november 2006 door De Kijvelanden ingetrokken wegens vermeende overtreding van voorwaarden. De beklagcommissie oordeelde dat het intrekken onvoldoende was gemotiveerd en vernietigde het besluit, maar hield de rechtsgevolgen in stand. De beroepscommissie vernietigde vervolgens de uitspraak van de beklagcommissie en kende eiser een geldelijke tegemoetkoming toe voor de periode zonder verlof.
Eiser vordert schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen van De Kijvelanden. De kliniek betoogt dat eiser niet-ontvankelijk is omdat de Minister van Justitie verantwoordelijk is voor de verpleging en dat de beroepscommissiebeslissing bindend is. De rechtbank oordeelt dat eiser ontvankelijk is, omdat de civiele procedure een andere rechtsvraag betreft dan de beklagprocedure.
De rechtbank stelt vast dat De Kijvelanden onrechtmatig heeft gehandeld door het proefverlof op onjuiste gronden in te trekken en onvoldoende zorgvuldigheid in acht te nemen. De rechtbank houdt de beslissing aan over de aansprakelijkheid en de omvang van de schadevergoeding, zodat partijen hierover nadere conclusies kunnen nemen.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat De Kijvelanden onrechtmatig heeft gehandeld door het proefverlof onterecht in te trekken en houdt verdere beslissing over aansprakelijkheid en schadevergoeding aan.