ECLI:NL:RBROT:2010:BL7993
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- T. Damsteegt
- E.F.C. Francken
- K. Werkhorst
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoeken tot vrijstelling van deelname aan bedrijfstakpensioenfonds
De rechtbank Rotterdam behandelde beroepen van Hanos, het Overlegorgaan en de LBV tegen besluiten van de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Groothandel in Levensmiddelen waarin hun verzoeken om vrijstelling van verplichte deelname aan het fonds werden afgewezen. Eerder was op 13 februari 2006 reeds een besluit genomen dat tussen partijen rechtens onaantastbaar is.
De rechtbank oordeelde dat de huidige verzoeken moeten worden gezien als verzoeken om terug te komen op het eerdere besluit. Jurisprudentie van het College van Beroep voor het bedrijfsleven en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt dat zonder nieuwe feiten of veranderde omstandigheden geen hernieuwde toetsing door de rechter kan plaatsvinden.
Eisers konden geen nieuwe feiten of omstandigheden aandragen die rechtvaardigen dat de rechtbank het bestreden besluit alsnog toetst. De rechtbank concludeerde daarom dat de beroepen ongegrond zijn en wees deze af. Tevens werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
De rechtbank bevestigde dat het Overlegorgaan en de LBV als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt vanwege hun statutaire doelstellingen en feitelijke werkzaamheden die verband houden met het bestreden besluit.
De uitspraak werd gedaan door mr. T. Damsteegt, voorzitter, en mr. E.F.C. Francken en mr. K. Werkhorst, leden, op 16 maart 2010.
Uitkomst: De beroepen tegen de weigering van vrijstelling van deelname aan het pensioenfonds worden ongegrond verklaard.