ECLI:NL:RBROT:2010:BL8317
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- P. van Zwieten
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening bij uitblijven besluit bijstand afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid
Verzoekster diende op 18 december 2009 een aanvraag om bijstand in bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Na het uitblijven van een besluit diende zij op 2 februari 2010 een bezwaarschrift in en verzocht zij op 4 februari 2010 de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening in de vorm van een voorschot.
De voorzieningenrechter oordeelde dat sinds 1 oktober 2009 de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen van kracht is, waardoor het bestuursorgaan binnen acht weken moet beslissen. Tevens is het indienen van bezwaar tegen het uitblijven van een besluit niet meer mogelijk; in plaats daarvan moet een beroepschrift worden ingediend nadat het bestuursorgaan schriftelijk in gebreke is gesteld.
Verzoekster had echter geen beroepschrift ingediend en had het college ook niet schriftelijk medegedeeld dat het in gebreke was. Haar bezwaarschrift werd als een premature mededeling aangemerkt, omdat het college nog niet in verzuim was. Hierdoor was geen bezwaar of beroep aanhangig en kon zij geen voorlopige voorziening verzoeken.
De voorzieningenrechter verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk en wees proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter P. van Zwieten op 18 maart 2010.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een beroepschrift en schriftelijke ingebrekestelling.