ECLI:NL:RBROT:2010:BL8562
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Opheffing conservatoir beslag na stellen bankgarantie wegens onaanvaardbaar afbreken onderhandelingen
In deze zaak stond de opheffing van conservatoir beslag centraal dat HIA had gelegd op vorderingen van [eiseres]. De kern van het geschil betrof de vraag of tussen partijen een perfecte huurovereenkomst tot stand was gekomen en of het afbreken van onderhandelingen door [eiseres] onaanvaardbaar was.
De rechtbank stelde vast dat geen schriftelijke huurovereenkomst was ondertekend en dat belangrijke elementen zoals het voorzieningenniveau en meerwerkkosten nog onderwerp van overleg waren. Dit maakte het onvoldoende aannemelijk dat een perfecte overeenkomst bestond. Wel oordeelde de rechtbank dat de onderhandelingen in een zeer vergevorderd stadium verkeerden en dat het afbreken door [eiseres] onaanvaardbaar was, mede omdat zij geen tijdig voorbehoud had gemaakt en HIA gerechtvaardigd op voortzetting mocht vertrouwen.
De rechtbank weigerde opheffing van het beslag wegens ondeugdelijkheid van de vordering. Wel werd het beslag opgeheven nadat [eiseres] een bankgarantie van € 800.000 had gesteld, passend bij de begrote schade van HIA. De proceskosten werden gecompenseerd en HIA werd verboden om opnieuw beslag te leggen zolang de garantie stond. De beslissing weerspiegelt een zorgvuldige afweging van de belangen bij het afbreken van onderhandelingen en de bescherming tegen onrechtmatig beslag.
Uitkomst: Het conservatoir beslag wordt niet opgeheven wegens ondeugdelijkheid, maar wel na het stellen van een bankgarantie van € 800.000 door [eiseres].