ECLI:NL:RBROT:2010:BL8576
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vonnis over schadevergoeding wegens te hoge huurprijzen bij koop verhuurde woonruimte
In deze civiele zaak vordert eiser schadevergoeding van IBG wegens het niet naleven van informatieverplichtingen en het hanteren van te hoge huurprijzen bij de koop van een portefeuille verhuurde woonruimte. Een deskundigenonderzoek werd bevolen om de juiste koopprijs en de omvang van de schade vast te stellen.
De deskundigen stelden vast dat de betaalde koopprijs hoger was dan de hypothetische prijs indien de huurprijzen conform de wettelijke regelingen waren geweest. Tevens werd een waarde toegekend aan het voordeel van het surplus aan huurinkomsten. De rechtbank oordeelde dat dit voordeel bij de schadebegroting in aanmerking moest worden genomen.
IBG voerde meerdere verweren, waaronder een betoog over een specifieke woning en de waarde van het surplus, maar deze werden afgewezen wegens te late ingebracht bewijs en onvoldoende onderbouwing. De rechtbank berekende de schade op €333.556,98 inclusief overdrachtsbelasting en kende wettelijke rente toe vanaf de levering in 1998.
Daarnaast wees de rechtbank een vordering van eiser wegens gederfde huur af wegens onvoldoende onderbouwing. De proceskosten werden grotendeels aan IBG opgelegd. In reconventie werden de vorderingen van IBG afgewezen.
Uitkomst: IBG wordt veroordeeld tot betaling van €333.556,98 plus wettelijke rente en proceskosten aan eiser wegens te hoge huurprijzen.