ECLI:NL:RBROT:2010:BL8589
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot zekerheidstelling bij tenuitvoerlegging verstekvonnis in oppositieprocedure
De rechtbank Rotterdam behandelde een incidentele vordering van [x] tegen [y] gericht op het schorsen van de tenuitvoerlegging van een verstekvonnis en subsidiair het stellen van zekerheid. Het verstekvonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeelde [x] tot betaling aan [y] van €30.000 wegens een bemiddelingsovereenkomst. [x] betwistte de vordering en stelde een tegenvordering van €75.000 wegens boete uit een koopovereenkomst.
De rechtbank oordeelde dat schorsing van de executie niet aan de orde was omdat geen sprake was van een juridische of feitelijke misslag of nieuwe feiten die een noodtoestand voor [x] veroorzaakten. Wel vond de rechtbank dat [x] voldoende belang had bij zekerheidstelling, gelet op het substantiële restitutierisico en de onderbouwde tegenvordering die nog niet inhoudelijk was beoordeeld.
Daarbij speelde mee dat [y] beslag onder zichzelf had gelegd, maar dit bood minder bescherming dan zekerheidstelling. De rechtbank legde daarom aan de uitvoerbaarheid van het verstekvonnis de voorwaarde op dat [y] zekerheid stelt tot €35.000. De zaak werd verwezen voor verdere behandeling in de hoofdzaak.
Uitkomst: Schorsing tenuitvoerlegging verstekvonnis afgewezen, maar zekerheidstelling van €35.000 opgelegd.