ECLI:NL:RBROT:2010:BL8846
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van der Kaaij
- De Geus
- De Jong
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot tenuitvoerlegging en verlenging proeftijd PIJ-maatregel
De rechtbank Rotterdam behandelde op 11 maart 2010 de vordering van het Openbaar Ministerie tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke PIJ-maatregel, opgelegd bij vonnis van 29 januari 2008 aan de veroordeelde. De maatregel betrof een plaatsing in een inrichting voor jeugdigen met een proeftijd van twee jaar, die inging op 13 februari 2008.
De vordering werd ingediend na een negatieve terugmelding van de jeugdreclassering, waarin werd gesteld dat het leerproces van de veroordeelde moeizaam verliep door gebrek aan probleembesef en beperkte inzet. De behandelaars adviseerden voortzetting van de therapie in een residentiële setting. De officier van justitie verzocht primair om tenuitvoerlegging van de PIJ-maatregel en subsidiair om verlenging van de proeftijd.
De verdediging voerde aan dat de veroordeelde zich aan de voorwaarden heeft gehouden en dat zijn beperkte vooruitgang te wijten is aan onvermogen. Ook werden omstandigheden zoals het niet starten van bepaalde therapieën en het ontbreken van gezinsopname aangevoerd als niet verwijtbaar. De rechtbank oordeelde dat de veroordeelde zich niet heeft onttrokken aan de voorwaarden en dat onvoldoende vooruitgang geen grond is voor tenuitvoerlegging.
Daarnaast werd de subsidiaire vordering tot verlenging van de proeftijd afgewezen omdat de proeftijd inmiddels was verstreken. De rechtbank wees de vorderingen af en bevestigde dat de voorwaarden van de maatregel waren nageleefd.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van de PIJ-maatregel en verlenging van de proeftijd af.