ECLI:NL:RBROT:2010:BL9131
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen verlenging huisverbod wegens ontbreken gezamenlijke bewoning
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de burgemeester van Rotterdam tot verlenging van een huisverbod. De verlenging was gebaseerd op adviezen van het ASHG Rotterdam, die stelden dat het huisverbod nodig was om de vrouw langer de gelegenheid te geven hulpverlening te starten.
Tijdens de zitting bleek dat de vrouw inmiddels de woning had verlaten en niet van plan was terug te keren. Ook was het kind tijdelijk uit huis geplaatst en onder toezicht gesteld. De rechtbank oordeelde dat er geen sprake meer was van personen die met verzoeker in de woning wonen, waardoor het huisverbod niet langer gerechtvaardigd was.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de rechtbank onmiddellijk in de hoofdzaak uitspraak deed en verzoeker geen belang meer had bij de voorlopige voorziening. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan verzoeker.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van het huisverbod is gegrond verklaard en het besluit vernietigd.