ECLI:NL:RBROT:2010:BL9872
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P. van Zwieten
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens overschrijding termijn zonder verschoonbaarheid
GSFS diende bezwaar in tegen een heffingsbesluit van De Nederlandsche Bank (DNB) van 24 oktober 2008. De bezwaar- en beroepschriften moeten binnen zes weken na bekendmaking worden ingediend. GSFS diende haar bezwaar echter pas op 10 februari 2009 in, ruim na de termijn die op 5 december 2008 afliep.
GSFS had op de laatste dag van de termijn telefonisch contact met DNB om vragen te stellen, waarbij DNB toezegde deze te beantwoorden en later een verlenging van de termijn tot 12 februari 2009 toezegde. De rechtbank oordeelde dat deze toezeggingen na het verstrijken van de oorspronkelijke termijn waren gedaan en dat DNB niet bevoegd is een nieuwe termijn te stellen. Hierdoor was er geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit waarin DNB het bezwaar inhoudelijk had behandeld en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. Tevens werd DNB veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van GSFS. De uitspraak benadrukt dat de toegang tot de bestuursrechter een openbare ordekwestie is en dat termijnen strikt moeten worden nageleefd.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn zonder verschoonbaarheid.