ECLI:NL:RBROT:2010:BL9963

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
2 april 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/612690-09
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • Van Essen
  • Sikkel
  • Frankruijter
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 321 SrArt. 3:237 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken verduistering bij verkoop auto’s onder financial lease

De rechtbank Rotterdam behandelde een zaak waarin de verdachte werd verdacht van verduistering van zeven auto’s die door de vennootschap onder firma (VOF) werden verkocht terwijl deze auto’s volgens de officier van justitie aan een leasemaatschappij toebehoorden.

De auto’s waren gekocht en geleverd aan de VOF, die bij aankoop financial leaseovereenkomsten had afgesloten met twee leasemaatschappijen. Deze overeenkomsten voorzagen in een stil pandrecht ten gunste van de leasemaatschappijen, maar het eigendom bleef bij de VOF. De rechtbank oordeelde dat het stil pandrecht niet betekende dat de auto’s mede eigendom waren van de leasemaatschappijen en dat verkoop door de VOF het pandrecht niet teniet deed.

Omdat niet wettig en overtuigend was bewezen dat de auto’s mede aan anderen toebehoorden dan aan de VOF, was geen sprake van verduistering. De verdachte werd daarom vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten.

De rechtbank wees ook op het feit dat het verhaalsrecht van de leasemaatschappijen mogelijk werd gefrustreerd door de verkoop, maar dat dit niet valt onder het strafrechtelijke begrip verduistering zoals bedoeld in artikel 321 Sr Pro.

De uitspraak werd gedaan op 2 april 2010 door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat verkoop onder financial lease geen verduistering opleverde.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Sector strafrecht
Parketnummer: 10/612690-09
Datum uitspraak: 2 april 2010
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1973 te [geboorteplaats],
ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres [adres],
raadsman mr. J.J.A.P. van Breukelen, advocaat te Rotterdam.
ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING
Het onderzoek op de terechtzitting heeft plaatsgevonden op 22 maart 2010.
TENLASTELEGGING
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd. De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.
Het ten laste gelegde komt er op neer dat de verdachte zich al dan niet samen met zijn medeverdachte schuldig heeft gemaakt aan de verduistering van zeven auto’s.
EIS OFFICIER VAN JUSTITIE
De officier van justitie mr. Van de Kragt heeft gerekwireerd tot:
- bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een werkstaf voor de duur van honderd uren, subsidiair vijftig dagen hechtenis.
MOTIVERING VRIJSPRAAK
Het ten laste gelegde is, anders dan door de officier van justitie is gevorderd, niet wettig en overtuigend bewezen, zodat de verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.
Hiertoe wordt het volgende overwogen.
De verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte] waren in de ten laste gelegde pleegperiode de vennoten van [rechtspersoon] (hierna: de VOF).
De verdachte wordt kort gezegd verweten dat hij zich, in het verband van de VOF, heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van verduistering als bedoeld in artikel 321 van Pro het Wetboek van Strafrecht doordat de VOF enkele auto’s heeft verkocht, terwijl deze geheel of gedeeltelijk aan een ander toebehoorden.
De auto’s waar het in deze zaak om gaat, zijn alle gekocht door en geleverd aan de VOF. Toen de VOF in zwaar weer was beland, heeft zij deze auto’s, op één na, ook weer verkocht en aan derden geleverd. De kentekens van deze auto’s hebben in de tussenliggende periode op naam van de VOF gestaan.
Vaststaat verder dat de VOF ter gelegenheid van de aankoop van elk van deze auto’s telkens een leaseovereenkomst is aangegaan met [leasemaatschappij A) respectievelijk [leasemaatschappij B].
De overeenkomsten die zijn aangegaan met [leasemaatschappij A] zijn op wezenlijke onderdelen gelijkluidend. Het gaat daarbij om financiële pand leaseovereenkomsten ter financiering van de aankoop van de auto’s voor de VOF. In die overeenkomsten is steeds opgenomen dat de VOF jegens de financier ervoor instaat dat zij, de VOF, de volle en onbezwaarde eigendom van de betreffende auto heeft. Daarbij is steeds overeengekomen dat op de betreffende auto een eerste (stil) pandrecht wordt gevestigd tot zekerheid voor de voldoening van de verplichtingen van de VOF jegens de financier.
De overeenkomst met [leasemaatschappij B] heeft een identieke strekking als de overeenkomsten met [leasemaatschappij A].
Aannemende dat op elk van de auto’s ten tijde van de verkoop daarvan door de VOF een rechtsgeldig stil pandrecht is gevestigd – aan de hand van de stukken in het dossier is niet steeds na te gaan of, en zo ja wanneer de desbetreffende onderhandse akte is geregistreerd conform het bepaalde in artikel 3:237 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek – is met de vestiging van dat pandrecht de betreffende auto niet (mede) gaan toebehoren aan de leasemaatschappij. De auto was en bleef op dat moment immers eigendom van de VOF. Het stille pandrecht verschafte de leasemaatschappij in beginsel niet meer, dan het recht bij onbetaald blijven van haar vorderingen, of een gegronde vrees daarvoor, afgifte van de auto te eisen en voorts, in voorkomend geval, het recht verhaal te zoeken voor onbetaalde vorderingen. Verkoop van een verpande zaak door de pandgever doet het pandrecht niet tenietgaan. Het verhaalsrecht wordt met die verkoop mogelijk wel gefrustreerd, maar daarop ziet het bepaalde in artikel 321 van Pro het Wetboek van Strafrecht niet.
Nu niet bewezen kan worden dat een of meer van de auto’s waar het hier om gaat mede aan een ander of anderen dan aan de VOF toebehoorden ten tijde van de verkoop van die auto’s, dient vrijspraak van de ten laste gelegde verduistering te volgen.
BESLISSING
De rechtbank verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. Van Essen, voorzitter,
en mrs. Sikkel en Frankruijter, rechters,
in tegenwoordigheid van Meulendijk, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 2 april 2010.
Bijlage bij vonnis van 2 april 2010.
TEKST GEWIJZIGDE TENLASTELEGGING
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij
in of omstreeks de periode van 1 november 2006 tot en met 29 december 2007
te Vlaardingen, in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk
zeven, althans één of meer (bestel- en/of personen)auto's
(merk Opel, type Corsa, kenteken [kenteken I] en/of
merk Opel, type Vivaro, kenteken [kenteken II] en/of
merk Opel, type Corsa, kenteken [kenteken III] en/of
merk Opel, type Corsa, kenteken [kenteken IV] en/of
merk Peugeot, type 206, kenteken [kenteken V] en/of
merk Volvo, type S60, kenteken [kenteken VI] en/of
merk Volvo, type V70, kenteken [kenteken VII])
in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [leasemaatschappij A], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte
en/of zijn mededader(s), welk(e) goed(eren) verdachte en/of zijn mededader(s)
anders dan door misdrijf, te weten middels (een) leasecontract(en), onder zich
had(den), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;
(art. 321 Wetboek Pro van Strafrecht)