ECLI:NL:RBROT:2010:BM0317
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering wegens lopende procedure bij kantonrechter en opheffing conservatoir beslag
In deze kortgedingprocedure vordert Motrans c.s. dat [gedaagde] onder meer bepaalde zaken aan hen afstaat en een relatiebeding naleeft. Tevens wordt verzocht om opheffing van conservatoire beslagen die [gedaagde] heeft gelegd.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vorderingen onder 1 en 2 reeds aanhangig zijn bij de kantonrechter en dat Motrans c.s. daarom niet ontvankelijk is in deze procedure, tenzij sprake zou zijn van rechtsweigering of onredelijke vertraging bij de kantonrechter, hetgeen niet is gebleken.
Met betrekking tot de beslagen oordeelt de voorzieningenrechter dat deze opgeheven dienen te worden, omdat Motrans c.s. bereid is zekerheid te stellen. Er wordt een dwangsom verbonden aan de opheffing van het beslag indien [gedaagde] hiermee in gebreke blijft.
De proceskosten worden aan Motrans c.s. opgelegd. Het vonnis is gewezen door voorzieningenrechter A.F.L. Geerdes en griffier H.C. Fraaij.
Uitkomst: Motrans c.s. wordt niet ontvankelijk verklaard in de vorderingen en de conservatoire beslagen worden opgeheven na zekerheidstelling.