ECLI:NL:RBROT:2010:BM0825
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Medische aansprakelijkheid door vertraagde oogheelkundige controle bij retinopathie van prematuriteit
In deze zaak vorderen eisers schadevergoeding wegens medische aansprakelijkheid van Erasmus MC in verband met een vertraagde oogheelkundige controle bij hun kind [E]. De rechtbank heeft vastgesteld dat de eerste succesvolle oogheelkundige controle pas op 9 juli 1996 heeft plaatsgevonden, wat onzorgvuldig was. Erasmus MC stelde dat op die datum nog geen sprake was van stadium 3 van retinopathie van prematuriteit (ROP), waardoor geen eerdere behandeling noodzakelijk was.
De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat als op 9 juli 1996 nog geen stadium 3 was bereikt, er geen oorzakelijk verband bestond tussen de tekortkoming en de schade. Echter, na het horen van de behandelend oogarts, prof. dr. [S.], bleek dat de classificatie tekortschiet en dat de situatie van [E] ernstig was, zodat deze behandeld werd alsof sprake was van stadium 3B, hoewel formeel stadium 2 aanwezig was.
Hoewel Erasmus MC slaagde in het tegenbewijs dat formeel geen stadium 3 aanwezig was, erkende de oogarts dat eerdere controle en behandeling de kansen van [E] op herstel hadden kunnen verbeteren. De rechtbank stelt partijen in de gelegenheid zich uit te laten over de juridische gevolgen hiervan en over eventueel aanvullend deskundigenonderzoek. De verdere beslissing wordt aangehouden en de zaak wordt verwezen naar de rol voor een conclusie na tussenvonnis.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en verwijst de zaak voor nadere conclusies over de juridische gevolgen van de vertraagde controle.