ECLI:NL:RBROT:2010:BM1522

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
1 april 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
351902 / KG ZA 10-310
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:51 lid 2 BWArt. 705 lid 2 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing conservatoir beslag op bunkers schip na aanvaarde garantie P&I Club

CMA CGM vordert in kort geding de opheffing van het conservatoir beslag dat Petroval heeft gelegd op de bunkers van het schip CMA CGM Mimosa. Als alternatief biedt CMA CGM een garantie van de North of England P&I Club aan als voldoende zekerheid ter vervanging van het beslag. Petroval weigert deze garantie te accepteren en stelt dat alleen een bankgarantie van een Nederlandse bank volstaat.

De voorzieningenrechter overweegt dat de aangeboden garantie in principe dezelfde zekerheid moet bieden als het beslag zelf, conform artikel 6:51 lid 2 BW Pro. De garantie van de North of England P&I Club wordt voorshands als voldoende beoordeeld, omdat Petroval haar vordering daarop zonder al te veel moeite kan verhalen. Absolute zekerheid is niet vereist, ook beslag biedt die immers niet.

De vordering van CMA CGM tegen ECT wordt afgewezen wegens gebrek aan belang, aangezien ECT bereid is mee te werken aan het lossen van de schepen. Petroval wordt veroordeeld het beslag binnen twee uur na betekening van het vonnis op te heffen en wordt verboden opnieuw beslag te leggen zonder een kopie van dit vonnis te overleggen. Tevens wordt Petroval veroordeeld in de proceskosten van CMA CGM en CMA CGM in die van ECT.

Uitkomst: Het conservatoir beslag op de bunkers van het schip CMA CGM Mimosa wordt opgeheven na aanvaarding van de garantie van de North of England P&I Club.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: 351902 / KG ZA 10-310
Verkort vonnis in kort geding van 1 april 2010
in de zaak van
de vennootschap naar het recht van de plaats van haar vestiging
CMA CGM S.A.,
gevestigd te Marseille, Frankrijk,
eiseres,
advocaat mr. M.J. Hajdasinski,
tegen
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PETROVAL BUNKER INTERNATIONAL B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
gedaagde,
advocaat mr. P.J.B. Heemskerk.
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ECT HOME TERMINAL B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
verweerster,
advocaat mr. G. Noordam.
Partijen zullen hierna respectievelijk CMA CGM, Petroval en ECT genoemd worden.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de (concept) dagvaarding;
- de pleitnota van mr. Hajdasinski;
- de pleitnota van mr Heemskerk.
1.2. Ter zitting van 1 april 2010 hebben (de raadslieden van) partijen de respectieve standpunten nader toegelicht. In verband met de spoedeisendheid van de zaak wordt thans verkort uitspraak gedaan waarbij slechts enkele korte kernoverwegingen worden gegeven.
2. Het geschil
2.1. CMA CGM vordert dat het de voorzieningenrechter in kort geding moge behagen bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad op de minuut en op alle dagen en uren:
1. het door Petroval gelegde beslag op de bunkers van de "CMA CGM Mimosa" op te heffen, althans subsidiair Petroval daartoe te veroordelen, om tegen afgifte van een kopie van een, in de bewoordingen conform de hierbij als productie 1 overgelegde, garantie van de North of England P&I Club (met een schriftelijke toezegging van de North of England dat het origineel onmiddellijk per koerier aan de advocaat van Petroval zal worden toegestuurd) het beslag op de bunkers aan boord van de "CMA CGM Mimosa" op te heffen, alsmede zich te onthouden van verdere beslagen op vermogensbestanddelen van CMA CGM en
2. ECT te veroordelen om te gehengen en te gedogen dat de schepen “CMA CGM Togo”, CMA CGM Quarts”en CMA CGM Mimosa, na opheffing van het beslag door Petroval aan de kade bij ECT, zullen worden gelost.
2.2. Het verweer van Petroval strekt tot afwijzing van de vorderingen van CMA CGM met veroordeling van CMA CGM in de kosten van het geding. Het verweer van ECT strekt tot een voorwaardelijke toewijzing van de vordering.
2.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
3. De beoordeling
3.1. Op grond van het bepaalde in artikel 705 lid 2 Rv Pro dient een beslag onder meer te worden opgeheven bij verzuim van op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen, indien summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht of van het onnodige van het beslag blijkt, of, als het beslag is gelegd voor een geldvordering, indien voor deze vordering voldoende zekerheid wordt gesteld. Dit brengt mee dat het in de eerste plaats op de weg van degene die opheffing vordert ligt, met inachtneming van de beperkingen van de kort gedingprocedure, om aannemelijk te maken dat de door de beslaglegger gepretendeerde vordering ondeugdelijk is. Dit komt erop neer dat ook wanneer twijfel mocht bestaan doch anderzijds het bestaan van de vordering niet bij voorbaat onwaarschijnlijk voorkomt, het beslag in beginsel gehandhaafd moet worden. Bij de beoordeling dienen de wederzijdse belangen te worden afgewogen.
3.2. Vast staat, dat CMA CGM een garantie heeft aangeboden van de North of England P&I Club, welk aanbod door Petroval is afgewezen. Tussen partijen staat ter discussie of de aangeboden garantie kan worden aangemerkt als voldoende zekerheid in de zin van voormeld wetsartikel. Petroval stelt zich op het standpunt dat zij alleen genoegen hoeft te nemen met een bankgarantie afgegeven door een Nederlandse bank.
3.3. Bij het stellen van een garantie ter vervanging van een conservatoir beslag, geldt als hoofdregel dat die garantie in beginsel dezelfde zekerheid moet bieden als het beslag. Voor de beantwoording van de vraag of de zekerheid voldoende is, kan aansluiting worden gezocht bij de maatstaf van artikel 6:51 lid 2 BW Pro; de aangeboden zekerheid moet zodanig zijn dat de vordering en, zo daartoe gronden zijn, de daarop vallende rente en kosten behoorlijk gedekt zijn en dat de schuldeiser daarop zonder moeite verhaal zal kunnen nemen.
3.4. De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat de door CMA CGM aangeboden garantie de, met een beslag gelijk te stellen, zekerheid biedt dat Petroval daarop zonder moeite haar vordering zal kunnen verhalen. Evident is dat “zonder moeite” een enigszins rekbaar begrip is, maar het komt de voorzieningenrechter voor dat de eventuele moeite zodanig beperkt is dat, gelet op de over en weer in het geding zijnde belangen, van Petroval gevergd kan worden zich die moeite te moeten getroosten. In dit verband geldt ook voor de mate van zekerheid dat nimmer een absolute zekerheid kan worden geboden. Daarbij moet bedacht worden dat ook beslag geen volstrekte zekerheid biedt.
3.5. Nu de hoogte van de vordering niet ter discussie staat, noch de tekst van de garantie, biedt een garantie van de North of England P&I Club zoals aangeboden door CMA CGM, en op de wijze waarop deze zal worden aangeboden, voldoende zekerheid voor de voldoening van de vordering van Petroval. Feiten en omstandigheden die tot een ander (voorlopig) oordeel zouden moeten leiden zijn gesteld noch gebleken.
3.6. Voor een verbod om opnieuw beslag te leggen is geen aanleiding behoudens voorzover dat zou gebeuren van het reeds verleende verlof. Zulks omdat niet op voorhand aannemelijk is dat Petroval, indien zij weer beslag zou leggen op basis van een nieuw te verkrijgen verlof misbruik van recht maakt. De voorzieningenrechter ziet in de omstandigheden van het geval echter wel aanleiding te bepalen dat Petroval bij een eventueel nieuw in te dienen beslagrekest een kopie van dit vonnis overlegt.
3.7. De vordering voor zover gericht tegen ECT zal worden afgewezen omdat niet is gebleken dat CMA CGM bij toewijzing belang heeft. aangenomen mag worden dat ECT bereid is vrijwillig mee te werken aan hetgeen in de jegens haar ingestelde vordering is verwoord, uiteraard voorzover ook rekening wordt gehouden met haar gerechtvaardigde belangen, een en ander zoals door de wederzijdse advocaten ter zitting verwoord.
3.8. Petroval zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van CMA CGM worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van CMA CGM worden begroot op:
- dagvaarding EUR 73,89
- vast recht 263,00
- salaris advocaat 816,00
Totaal EUR 1.152,89
CMA CGM zal worden veroordeeld in de proceskosten van ECT, welke worden begroot op:
- vast recht EUR 263,00
- salaris advocaat 816,00
Totaal EUR 1.079,00
4. De beslissing
De voorzieningenrechter
4.1. veroordeelt Petroval om binnen 2 uur na betekening van dit vonnis en nadat een kopie van een, in de bewoordingen conform de bij de dagvaarding als productie 1 overgelegde, garantie van de North of England P&I Club (met een schriftelijke toezegging van de North of England dat het origineel onmiddellijk per koerier aan de advocaat van Petroval zal worden toegestuurd) aan Petroval is afgegeven, het gelegde conservatoire beslag op de bunkers van de "CMA CGM Mimosa" op te heffen;
4.2. verbiedt Petroval nogmaals beslag te doen leggen op basis het reeds verkregen verlof en gebiedt Petroval om, indien zij opnieuw verlof om beslag te leggen zou worden gevraagd, bij dat verzoek een kopie van dit vonnis over te leggen;
4.3. veroordeelt Petroval in de proceskosten aan de zijde van CMA CGM, tot op heden begroot op EUR 1.152,89;
4.4. veroordeelt CMA CGM in de proceskosten aan de zijde van ECT, begroot op EUR 1.079,00;
4.5. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.6. wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bouwman, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Kalmthout, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2010.?
1775/1729