ECLI:NL:RBROT:2010:BM1522
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing conservatoir beslag op bunkers schip na aanvaarde garantie P&I Club
CMA CGM vordert in kort geding de opheffing van het conservatoir beslag dat Petroval heeft gelegd op de bunkers van het schip CMA CGM Mimosa. Als alternatief biedt CMA CGM een garantie van de North of England P&I Club aan als voldoende zekerheid ter vervanging van het beslag. Petroval weigert deze garantie te accepteren en stelt dat alleen een bankgarantie van een Nederlandse bank volstaat.
De voorzieningenrechter overweegt dat de aangeboden garantie in principe dezelfde zekerheid moet bieden als het beslag zelf, conform artikel 6:51 lid 2 BW Pro. De garantie van de North of England P&I Club wordt voorshands als voldoende beoordeeld, omdat Petroval haar vordering daarop zonder al te veel moeite kan verhalen. Absolute zekerheid is niet vereist, ook beslag biedt die immers niet.
De vordering van CMA CGM tegen ECT wordt afgewezen wegens gebrek aan belang, aangezien ECT bereid is mee te werken aan het lossen van de schepen. Petroval wordt veroordeeld het beslag binnen twee uur na betekening van het vonnis op te heffen en wordt verboden opnieuw beslag te leggen zonder een kopie van dit vonnis te overleggen. Tevens wordt Petroval veroordeeld in de proceskosten van CMA CGM en CMA CGM in die van ECT.
Uitkomst: Het conservatoir beslag op de bunkers van het schip CMA CGM Mimosa wordt opgeheven na aanvaarding van de garantie van de North of England P&I Club.