ECLI:NL:RBROT:2010:BM1582
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid en matiging boetebeding bij niet-tijdige borgstelling in koopovereenkomst aandelen
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of Dammes Laban Holding aansprakelijk was voor een boete wegens het niet tijdig verstrekken van schriftelijk bewijs van borgstelling door Dammes Laban Onroerend Goed, koper in een aandelenkoopovereenkomst. De koopovereenkomst bevatte een boetebeding van €10.000 per dag bij niet-nakoming binnen drie dagen na overdracht op 8 mei 2007.
De rechtbank oordeelde dat Dammes Laban Holding, op grond van artikel 18 van Pro de koopovereenkomst, hoofdelijk aansprakelijk is voor de verplichtingen van Dammes Laban Onroerend Goed. De boete was opeisbaar vanaf 12 mei 2007 zonder ingebrekestelling, omdat sprake was van een fatale termijn. De vordering tegen Dammes Laban Van Uden Onroerend Goed werd afgewezen wegens ontbreken van partijstatus in de overeenkomst.
Hoewel de boete in totaal €640.000 bedroeg, achtte de rechtbank dit bedrag buitensporig en matigde de boete tot €115.000, gelijk aan het bedrag van de borgstelling. De wettelijke rente werd toegewezen vanaf 9 december 2008. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten werd afgewezen. De proceskosten werden Dammes Laban Holding opgelegd.
Uitkomst: Dammes Laban Holding wordt veroordeeld tot betaling van een gematigde boete van €115.000 met wettelijke rente vanaf 9 december 2008.