ECLI:NL:RBROT:2010:BM1585
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter inzake eigendomsrecht onroerende zaak in België
In deze zaak vordert moeder dat haar zoon de woning in België verlaat en de sleutels overhandigt, omdat hij de woning zonder recht of titel gebruikt en beheert. Tevens vordert zij schadevergoeding en de benoeming van een makelaar om de waarde van de woning vast te stellen.
De zoon voert aan dat hij de woning sinds 1989 met instemming van de ouders gebruikt en in 2003 heeft gekocht, hoewel levering nog niet heeft plaatsgevonden. De rechtbank onderzoekt of zij bevoegd is om over deze vorderingen te oordelen, mede gelet op de exclusieve bevoegdheid van de rechter van de lidstaat waar het onroerend goed is gelegen volgens de EG-Verordening (EEX-Vo).
De rechtbank overweegt dat de vordering tot ontruiming en schadevergoeding betrekking heeft op een zakelijk recht op onroerend goed en dat de exclusieve bevoegdheid van de Belgische rechter van toepassing is. Daarom is de rechtbank voornemens haar eerdere beslissing over onbevoegdheid te heroverwegen en verwijst de zaak naar de rol om partijen in de gelegenheid te stellen zich hierover uit te laten.
Uitkomst: De rechtbank is voornemens haar eerdere beslissing over onbevoegdheid te heroverwegen en verwijst de zaak naar de rol voor nadere behandeling.