ECLI:NL:RBROT:2010:BM1603
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens verjaring schade door binnenschip in haven van Urk
Eiser exploiteert een scheepswerf in de haven van Urk met onderwaterrails voor het te water laten van schepen. Van Oord c.s. voerden in 2003 baggerwerkzaamheden uit in opdracht van de gemeente Urk, waarbij een elevatorbak mogelijk schade aan deze rails heeft veroorzaakt. Eiser stelt dat hierdoor werkzaamheden zeven weken stil kwamen te liggen en vordert schadevergoeding.
Van Oord c.s. betwisten primair de aansprakelijkheid en voeren aan dat de vordering is verjaard op grond van artikel 8:1793 BW Pro, dat een verjaringstermijn van twee jaar stelt voor schade veroorzaakt door binnenschepen. Eiser beroept zich op artikel 3:310 BW Pro, dat een langere verjaringstermijn van vijf jaar kent indien de benadeelde pas later bekend is met de schade en de aansprakelijke partij.
De rechtbank oordeelt dat artikel 8:1793 BW Pro van toepassing is en dat de verjaringstermijn is gestart in april/mei 2003. Hoewel eiser stuitingsbrieven heeft gestuurd, is de vordering alsnog verjaard per 4 januari 2008, terwijl de dagvaardingen pas in oktober 2008 zijn uitgebracht. Het beroep op artikel 3:310 BW Pro faalt omdat dit artikel niet van toepassing is op dit soort schadeclaims.
Ook de stellingen van eiser over onrechtmatig handelen door het niet inschrijven van de Combinatie Ketelmeer in het Handelsregister en de ongelijkheid van partijen leiden niet tot een andere uitkomst. De vordering wordt daarom afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van eiser af wegens verjaring op grond van artikel 8:1793 BW.