ECLI:NL:RBROT:2010:BM1847
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- P. van Zwieten
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens intrekking hoofdzaak
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag om bijstand. Vervolgens vroeg zij om een voorlopige voorziening om bijstand te ontvangen tot zes weken na de beslissing op het beroep. De rechtbank stelde een zitting in, maar verzoekster trok het beroep in, waarna ook het verzoek om voorlopige voorziening als ingetrokken werd beschouwd.
Verzoekster gaf later aan dat zij nog steeds spoedeisend belang had bij de voorlopige voorziening en wilde deze voortzetten in een andere beroepsprocedure tegen een eerdere intrekking van bijstand. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat het verzoek om voorlopige voorziening betrekking had op het niet tijdig beslissen op een nieuwe aanvraag, terwijl de nieuwe procedure ging over een eerdere intrekking.
Daarom ontbrak de noodzakelijke connexiteit tussen het verzoek om voorlopige voorziening en de hoofdzaak, waardoor het verzoek niet-ontvankelijk werd verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens intrekking van het beroep en gebrek aan connexiteit.