ECLI:NL:RBROT:2010:BM2145
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van der Kaaij
- Peeck
- Blagrove
- Rechtspraak.nl
Moord en poging moord op eigen kind met kussen door verstikking
Op 30 juni 2004 heeft verdachte geprobeerd haar kind te doden door een kussen op zijn gezicht te drukken, waarna zij 112 belde toen zij besefte wat zij had gedaan. Het kind werd gereanimeerd en opgenomen in het ziekenhuis, maar overleed in de nacht van 3 op 4 juli 2004 nadat verdachte opnieuw met een kussen smorde.
De forensisch geneeskundige concludeerde dat het overlijden het gevolg was van verstikking door smoren, passend bij de handelingen van verdachte. Er was sprake van opzet en voorbedachten rade, omdat verdachte een dag eerder al had bedacht haar kind te doden.
Verdachte was niet volledig ontoerekeningsvatbaar maar sterk verminderd toerekeningsvatbaar vanwege een ernstige verstandelijke beperking en emotionele verwaarlozing. De rechtbank verwierp het verweer van volledige ontoerekeningsvatbaarheid en oordeelde dat verdachte strafbaar is.
De rechtbank legde geen gevangenisstraf op, maar een maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot dwangverpleging in een centrum voor zwakzinnigenzorg, gelet op de ernst van het delict, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het recidivegevaar.
De verdachte werd vrijgesproken van overige ten laste gelegde feiten en het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld voor moord en poging moord met verstikking en ter beschikking gesteld met dwangverpleging wegens sterk verminderde toerekeningsvatbaarheid.