ECLI:NL:RBROT:2010:BM2406
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en matiging van contractuele boete bij ontbinding koopovereenkomst woning
In deze civiele zaak stond de matiging van een contractuele boete centraal na ontbinding van een koopovereenkomst voor een woning. Eisers hadden de koopovereenkomst ontbonden en vorderden betaling van een boete van €24.800, terwijl zij schade stelden te hebben geleden door een lagere verkoopprijs en extra woonlasten.
De rechtbank overwoog dat matiging van de boete slechts mogelijk is indien de billijkheid dit klaarblijkelijk eist, waarbij niet alleen de verhouding tussen schade en boete telt, maar ook de aard van de overeenkomst, het beding en de omstandigheden van het beroep op de boete. De daadwerkelijk geleden schade werd vastgesteld op €17.691,81, ruim tweederde van de boete.
De rechtbank verwierp het verweer van gedaagde dat de verkoopprijs onredelijk laag was en dat eisers zich in een financieel onzekere positie hadden gebracht. Ook het niet correct naleven van vormvoorschriften door gedaagde bij het inroepen van de ontbindende voorwaarde leidde niet tot matiging. Wel achtte de rechtbank de tekortkoming van gedaagde relatief gering, wat aanleiding gaf tot enige matiging.
Uiteindelijk matigde de rechtbank de boete tot €20.000 en kende daarnaast wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten toe. Gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank matigt de contractuele boete tot €20.000 en veroordeelt gedaagde tot betaling van dit bedrag met rente en kosten.