ECLI:NL:RBROT:2010:BM2520
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Klein Wolterink
- Van der Bijl-de Jong
- Mantel-Duetz
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens invoer van grote hoeveelheid cocaïne in Rotterdam
De rechtbank Rotterdam heeft op 26 april 2010 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die wordt verdacht van het medeplegen van de invoer van een grote hoeveelheid cocaïne in de haven van Rotterdam. De zaak is gebaseerd op onder meer CIE-informatie, telefoontaps en emailberichten uit een hotmailaccount.
De rechtbank oordeelde dat de CIE-informatie voldoende concreet was om een redelijk vermoeden van schuld te rechtvaardigen en dat het gebruik van bijzondere opsporingsbevoegdheden, zoals het tappen van een telefoonnummer, rechtmatig was. Wel werd vastgesteld dat het zonder toestemming inloggen op het hotmailaccount een vormverzuim opleverde, maar dit leidde niet tot bewijsuitsluiting of niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie.
De bewezenverklaring betrof de invoer van ongeveer 327 kilogram cocaïne in Rotterdam op 13 oktober 2008, medeplegen van het strafbare feit als bedoeld in de Opiumwet. De rechtbank verwierp het verweer dat de verdachte niet wist dat de cocaïne Nederland binnenkwam en hield rekening met het feit dat de verdachte niet eerder was veroordeeld. De straf werd vastgesteld op 4 jaar en 6 maanden gevangenisstraf, met een strafvermindering van 6 maanden vanwege het vormverzuim.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 4 jaar en 6 maanden gevangenisstraf voor medeplegen van invoer van circa 327 kilogram cocaïne.