ECLI:NL:RBROT:2010:BM3205
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens onvoldoende medewerking aan re-integratie ondanks psychische problematiek
Eiser, een ambtenaar, is ontslagen op grond van artikel 98b van het Algemeen Rijksambtenarenreglement vanwege onvoldoende medewerking aan zijn re-integratie. Ondanks herhaalde waarschuwingen veranderde zijn gedrag niet ten goede. Eiser stelde dat zijn psychische problematiek hem verhinderde mee te werken en dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar zijn ontoerekeningsvatbaarheid.
De rechtbank oordeelde dat het aan eiser was om zijn psychische toestand aannemelijk te maken. Verweerder had een deskundigenoordeel van het UWV ingewonnen waaruit bleek dat eiser zijn wil kon bepalen en zelfstandig kon reageren op het stopzetten van zijn bezoldiging. Eiser had zich stelselmatig aan contact met zijn werkgever onttrokken, waardoor nader medisch onderzoek onmogelijk werd.
De rechtbank vond dat verweerder zijn onderzoeksplicht niet had geschonden en dat het gedrag van eiser hem kon worden toegerekend. De psychische rapportages hadden betrekking op een eerdere periode en boden geen bewijs voor ontoerekeningsvatbaarheid in de relevante periode. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het ontslag wegens onvoldoende medewerking aan re-integratie wordt ongegrond verklaard.