ECLI:NL:RBROT:2010:BM5003

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 mei 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
RK 10/607
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
  • Van Dijke
  • Janssen
  • Huisman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 126nd SvArt. 126nf SvArt. 446 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Camerabeelden van pinautomaten geen gevoelige gegevens in strafrechtelijke procedure

De officier van justitie stelde beroep in tegen een afwijzing van de rechter-commissaris inzake een vordering tot het verkrijgen van camerabeelden van pinautomaten, die zij aanvankelijk als gevoelige gegevens beschouwde. De rechter-commissaris wees de vordering af omdat niet werd voldaan aan de criteria van een ernstige inbreuk op de rechtsorde zoals bedoeld in artikel 126nf Sv.

De rechtbank onderzocht of de gevorderde camerabeelden als gevoelige gegevens konden worden aangemerkt. Gezien het feit dat opnamen bij pinautomaten standaard plaatsvinden en dit voor gebruikers duidelijk is, oordeelde de rechtbank dat er sprake is van impliciete toestemming en dat deze beelden geen indringende inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer.

Hierdoor zijn de beelden niet te beschouwen als gevoelige gegevens die de bijzondere waarborgen van artikel 126nd en 126nf Sv vereisen. De rechtbank verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de beschikking van de rechter-commissaris, maar wees de vordering van de officier van justitie alsnog af.

Uitkomst: De rechtbank wees de vordering van de officier van justitie tot het verkrijgen van camerabeelden van pinautomaten af omdat deze geen gevoelige gegevens zijn.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Sector strafrecht
Parketnummer: [parketnummer]
Raadkamernummer: 10/607
Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige raadkamer, op de op 15 april 2010 ingekomen akte rechtsmiddel houdende hoger beroep van de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam tegen de beslissing van de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank van 15 april 2010, betreffende de verdachte:
N.N.
Procesverloop
Op 15 april 2010 heeft de officier van justitie de rechter-commissaris gevorderd haar te machtigen om een vordering tot verstrekking gevoelige gegevens ex artikel 126nf van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) te kunnen doen.
Bij beschikking van 15 april 2010 heeft de rechter-commissaris de vordering afgewezen.
Op 26 april 2010 heeft de officier van justitie hoger beroep ingesteld tegen de afwijzende beschikking van de rechter-commissaris.
De officier van justitie heeft op 26 april 2010 een memorie van grieven opgesteld.
De behandeling in raadkamer heeft plaatsgevonden op 7 mei 2010 in aanwezigheid van de officier van justitie.
Vordering en standpunt officier van justitie
In haar vordering vraagt de officier van justitie een machtiging om over te kunnen gaan tot het vorderen van de camerabeelden opgenomen [bij een pinautomaat].
De officier van justitie heeft in haar memorie van grieven aangegeven de onderhavige vordering te hebben gedaan omdat zij door een uitspraak van de Hoge Raad (HR 23 maart 2010, LJN: BK 6331) in de veronderstelling verkeerde dat de camerabeelden die met de vordering verkregen moesten worden gevoelige gegevens waren in de zin van artikel 126nf Sv. De officier van justitie stelt zich thans op het standpunt dat de gevorderde gegevens geen gevoelige gegevens zijn in de zin van 126nf Sv. Het belang om ongestoord te kunnen pinnen is niet het privacybelang dat in dat artikel wordt beschermd. Onder verwijzing naar een recente uitspraak van de politierechter te Zutphen (Rb Zutphen, LJN: BM 1196) voert zij -voor zover van belang- daartoe aan dat de camerabeelden zijn opgenomen uit het oogpunt van veiligheid en dat deze niet voortkomen uit een dienstverlenende relatie uit hoofde waarvan de bank over de gevorderde gegevens beschikt.
Subsidiair voert de officier van justitie aan dat sprake is van een verdenking van een misdrijf dat gezien zijn aard of de samenhang met andere door de verdachte begane misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert als is omschreven in art 126nf lid 1 Sv.
Ontvankelijkheid
Ingevolge artikel 446 Sv Pro kan het openbaar ministerie van alle beschikkingen van de rechter-commissaris waarbij een krachtens Sv genomen vordering niet is toegewezen, hoger beroep instellen.
Nu bij de bestreden beslissing de vordering van de officier van justitie niet is toegewezen, is het hoger beroep ontvankelijk.
Beoordeling
De rechter-commissaris heeft de vordering van de officier van justitie afgewezen omdat -zo begrijpt de raadkamer- geen sprake is van een verdenking van een misdrijf dat gezien zijn aard of de samenhang met andere door de verdachte begane misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert als is omschreven in art 126nf lid 1 Sv. Met het toepassen van deze maatstaf heeft de rechter-commissaris impliciet geoordeeld dat de gevorderde gegevens gevoelige gegevens zijn in de zin van artikel 126nf Sv.
Alvorens toe te kunnen komen aan de beoordeling van de vraag in hoeverre sprake is van een ernstige inbreuk op de rechtsorde in voornoemde zin, moet eerst de vraag worden beantwoord of de gegevens die de officier van justitie wenst te vorderen inderdaad gevoelige gegevens zijn als omschreven in artikel 126nd lid 2 derde volzin Sv.
In beginsel zouden deze gegevens als zodanig moeten worden beschouwd omdat daaruit niet alleen gegevens die direct het ras/geslacht van een persoon betreffen, maar ook gegevens waaruit informatie over het ras/geslacht van een persoon kan worden afgeleid en daarmee een persoonsgegeven dat vanwege haar aard een indringende inbreuk kan maken op de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene.
Daarvan is in het onderhavige geval echter geen sprake.
De camerabeelden die de officier van justitie wenst te verkrijgen zijn gemaakt tijdens één (of meerdere) pintransactie(s). Feit van algemene bekendheid is dat pintransacties uit oogpunt van beveiliging/veiligheid door beveiligingscamera’s worden opgenomen. Dat er opnames plaatsvinden wordt tijdens de pintransactie ook kenbaar gemaakt op de pinautomaat.
Voor de gebruiker van een pinautomaat is derhalve volstrekt helder dat opnamen worden gemaakt en is voorts ook duidelijk met welk doel dat wordt gedaan. Wanneer tegen die achtergrond wordt overgegaan tot het gebruik van een pinautomaat, kan niet worden volgehouden dat wanneer deze gegevens voor de opsporing worden gevorderd en gebruikt sprake is van gegevens die vanwege hun aard een indringende inbreuk kunnen maken op de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen. Immers, door de impliciete toestemming van de betrokken tot de opname van het camerabeeld, in het kader van het voor de betrokkenen kenbare doel, is de gevoeligheid van het gegeven prijsgegeven. Derhalve zijn deze gegevens niet (meer) te beschouwen als gevoelige gegevens in de zin van artikel 126nd lid 2, derde volzin Sv die met de in artikel 126nf Sv voorgeschreven waarborgen moeten worden beschermd.
BESLISSING
De rechtbank:
- verklaart gegrond het hoger beroep tegen de beslissing van de rechter-commissaris;
- vernietigt de beschikking van de rechter-commissaris d.d. 15 april 2010;
- wijst af de vordering van de officier van justitie.
Aldus gedaan in raadkamer op 19 mei 2010;
door mr. Van Dijke, voorzitter,
en mrs. Janssen en Huisman, rechters,
in tegenwoordigheid van Stolle, griffier.
De voorzitter, oudste rechter en griffier zijn buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.