ECLI:NL:RBROT:2010:BM5636
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Voorwaarden voor afgifte container zonder cognossement in internationaal vervoer
MSD Singapore gaf opdracht voor vervoer van medicijnen in container MWCU6918365 via Rotterdam naar Italië. Safmarine weigerde afgifte aan MSD omdat geen origineel cognossement kon worden getoond, terwijl zij stelde dat een cognossement aan Kühne & Nagel was afgegeven. MSD betwistte het bestaan van het cognossement en stelde dat afgifte zonder cognossement mogelijk is tegen een Letter of Indemnity.
De voorzieningenrechter acht aannemelijk dat Safmarine een cognossement heeft afgegeven, maar erkent dat het zoek is geraakt. Volgens Nederlands recht, dat van toepassing is op de lossing in Rotterdam, heeft alleen de regelmatige houder van het cognossement recht op afgifte. Safmarine wil afgifte alleen toestaan tegen zekerheid vanwege het risico dat een derde zich als houder meldt.
De rechtbank oordeelt dat het financiële risico van Safmarine reëel is gezien de hoge waarde van de medicijnen. Daarom wijst zij de primaire vordering af en wijst de subsidiaire vordering toe, waarbij Safmarine wordt veroordeeld tot afgifte van de container na ontvangst van een Letter of Indemnity en bankgarantie ter hoogte van de waarde van de goederen met een geldigheidsduur van 15 maanden.
Verder wordt Safmarine verplicht een tegenzekerheid te stellen voor de kosten van het stellen van zekerheid. De proceskosten worden gecompenseerd. Kühne & Nagel wordt bevolen mee te werken aan uitlevering. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Safmarine wordt veroordeeld tot afgifte van de container aan MSD na ontvangst van een Letter of Indemnity en bankgarantie ter waarde van de goederen.