ECLI:NL:RBROT:2010:BM6739
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering aan vreemdeling wegens niet voldoen aan koppelingswetgeving en onvoldoende medische noodsituatie
Eiser, een vreemdeling met afgewezen asielaanvragen en een afgewezen aanvraag voor een verblijfsvergunning op medische gronden, vroeg bijstand aan op grond van de WWB. Verweerder wees deze aanvraag af omdat eiser niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 11 en Pro 16 WWB, die bepalen dat vreemdelingen onder bepaalde voorwaarden geen bijstand kunnen krijgen.
Eiser voerde aan dat hij buiten zijn schuld niet kan vertrekken naar zijn land van herkomst en dat zijn medische en psychische toestand hem tot een kwetsbare persoon maakt die bescherming verdient op grond van artikel 8 EVRM Pro. Hij stelde dat de weigering van bijstand disproportioneel is en ernstige gevolgen heeft voor zijn gezondheid en privéleven.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij alle mogelijke stappen heeft ondernomen om terug te keren, zoals het verkrijgen van reisdocumenten via de ambassade of hulp van de Internationale Organisatie voor Migratie. Uit medische stukken bleek dat eiser weliswaar een moeilijke gezondheidstoestand heeft, maar dat deze niet zodanig acuut was dat er sprake was van een medische noodsituatie die bijstand zou rechtvaardigen.
De rechtbank concludeerde dat het beroep op artikel 8 EVRM Pro niet slaagt omdat de weigering van bijstand niet de kern van het recht op privéleven aantast. De aanvraag werd terecht afgewezen en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsuitkering bevestigd.