ECLI:NL:RBROT:2010:BM7153
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Boven
- Sikkel
- De Beaufort
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte betrokkenheid bij diefstal en vrijlaten nertsen op nertsenfokkerij
Op 9 juni 2010 heeft de rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het stelen en vrijlaten van nertsen op een nertsenfokkerij. De verdachte werd primair ten laste gelegd dat zij samen met anderen nertsen en sleutels had gestolen, subsidiair dat zij nertsen had weggemaakt en dat zij een hek had vernield.
Tijdens de terechtzitting op 26 mei 2010 heeft de raadsman van de verdachte vrijspraak bepleit vanwege het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs en onbetrouwbare getuigenverklaringen. De rechtbank oordeelde dat de dagvaarding voor het vernielen van het hek onvoldoende feitelijk was uitgewerkt en verklaarde dit deel partieel nietig.
De rechtbank stelde vast dat er geen overtuigend bewijs was dat verdachte zich op het terrein van de nertsenfokkerij bevond of betrokken was bij de actie. De aangetroffen overall met nertshaar en de verklaringen van getuigen waren onvoldoende om schuld te bewijzen. De benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard in hun schadevorderingen omdat geen straf of maatregel tegen verdachte werd opgelegd.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten en veroordeelde de benadeelde partijen in de proceskosten. De dagvaarding werd voor het deel van het vernielen van het hek nietig verklaard.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.