ECLI:NL:RBROT:2010:BM8417

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 juni 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
349227 / F2 RK 10-404
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling rechtmatigheid verlenging huisverbod ondanks geschil over hulpverlening

Eiser heeft beroep ingesteld tegen de verlenging van het huisverbod opgelegd door de burgemeester van Rotterdam, omdat hij niet bekend wil staan als iemand die zijn vrouw mishandelt. Het beroep richt zich uitsluitend op de verlenging van het huisverbod, niet op het oorspronkelijke besluit tot oplegging.

De rechtbank oordeelt dat eiser ontvankelijk is in zijn beroep omdat hij een rechtens te beschermen belang heeft bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit. Dit belang vloeit voort uit de mogelijke aantasting van zijn eer en goede naam door het huisverbod.

Eiser stelt dat hij bereid was hulp te accepteren, maar dat deze niet adequaat werd aangeboden en dat hij afspraken niet kon nakomen door omstandigheden. Hij bestrijdt ook dat hij een afspraak heeft geweigerd. Tevens wijst hij op een zorgadvies van Bureau Jeugdzorg waarin wordt geadviseerd het huisverbod niet te verlengen.

De rechtbank stelt echter vast dat verweerder het huisverbod op grond van het risicotaxatie-instrument huiselijk geweld en de ernst van de feiten mocht verlengen. Het zorgadvies doet hieraan niet af. Ook de kwetsbare positie van de echtgenote en het feit dat hulpverlening nog niet op gang was gekomen, rechtvaardigen de verlenging. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadeloosstelling afgewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van het huisverbod wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadeloosstelling afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Sector Civiel recht,
enkelvoudig
Reg.nr.: 349227 / F2 RK 10-404
Inzake: [naam eiser], eiser,
wonende te Rotterdam,
gemachtigde mr. L.M. Deiman, advocaat te Rotterdam,
tegen: de burgemeester van de gemeente Rotterdam, verweerder,
in welke zaak belanghebbende is:
[naam belanghebbende],
wonende te [adres].
1 Ontstaan en loop van de procedure
Bij besluit van 7 februari 2010 heeft de burgemeester van Rotterdam een huisverbod opgelegd aan eiser.
Bij besluit van 17 februari 2010 heeft de burgemeester van Rotterdam het huisverbod verlengd.
Eiser heeft bij brief van 19 februari 2010 beroep ingesteld tegen dit besluit (hierna: het bestreden besluit) en om een voorlopige voorziening verzocht.
Bij mondelinge uitspraak van 24 februari 2010 van de voorzieningenrechter van deze rechtbank is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen (reg.nr.: 349246/KG-ZA 10-172).
Eiser heeft bij brief van 25 maart 2010 een aanvullend beroepschrift ingediend.
Verweerder heeft een verweerschrift in gediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 mei 2010. Aanwezig waren eiser, zijn gemachtigde en [naam belanghebbende]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. van Andel.
2 Overwegingen
De rechtbank zal allereerst beoordelen of er nog sprake is van procesbelang.
Eiser heeft in beroep naar voren gebracht dat het (verlengde) huisverbod weliswaar al is verstreken maar dat hij belang heeft bij een beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit, onder meer omdat hij niet bekend wil staan als iemand die zijn vrouw mishandelt.
Verweerder heeft ter zitting zijn in het verweerschrift ingenomen primaire standpunt gehandhaafd dat het beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.
De rechtbank overweegt als volgt.
De rechtbank is, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 19 mei 2010 (LJN: BM4973), van oordeel dat eiser nog een rechtens te beschermen belang heeft bij een beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit, ook al heeft eiser slechts tegen de verlenging en niet tegen het opleggen van het huisverbod beroep ingesteld. De rechtbank acht daarbij redengevend dat een huisverbod mede een publiekelijke afwijzing van het gedrag van een uithuisgeplaatste impliceert. Gelet hierop is tot op zekere hoogte aannemelijk dat eiser als gevolg van de verlenging van het huisverbod in zijn eer en goede naam is geschaad.
Eisers is dan ook ontvankelijk in zijn beroep.
Voorts overweegt de rechtbank het volgende.
Verweerder heeft aan zijn besluit met name ten grondslag gelegd de ernst van de feiten en omstandigheden zoals die blijken uit het risicotaxatie-instrument huiselijk geweld, het feit dat de hulpverlening aan eiser niet op gang was gekomen en de overtreding van het huisverbod.
Eiser heeft naar voren gebracht dat hij bereid was om hulp te aanvaarden, maar dat hij die hulp wel aangeboden moet krijgen. Eiser stelt dat hij door omstandigheden niet op tijd was voor de eerste afspraak en dat hij verhinderd was op de dag waarop de volgende afspraak was voorgesteld. Eiser bestrijdt dat hij een volgende afspraak heeft geweigerd. Hij zou worden benaderd voor een nieuwe afspraak maar hij heeft niets meer gehoord.
Eiser wijst voorts op het zorgadvies en het daarin verwoorde advies van Bureau Jeugdzorg waarin, anders dan in het beleidsadvies, wordt geadviseerd het huisverbod niet te verlengen.
Eiser wijst er tot slot op dat hij het huisverbod niet heeft willen overtreden maar dat hij op verzoek van zijn vrouw samen met haar naar het gesprek over de eventuele verlenging van het huisverbod is gegaan.
Met de voorzieningenrechter is de rechtbank van oordeel dat de feiten en omstandigheden zoals neergelegd in het beleidsadvies van 17 februari 2010, waaruit onder meer naar voren komt dat op een aantal punten het risicotaxatie-instrument huiselijk geweld hoog scoorde, verweerder voldoende grond boden om gebruik te maken van zijn bevoegdheid het huisverbod te verlengen.
Dat in het zorgadvies tot een andersluidende conclusie werd gekomen doet daaraan naar het oordeel van de rechtbank niet af. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank aan de omstandigheid dat geen hulp aan eiser op gang was gekomen alsmede aan de kwetsbare positie van eisers echtgenote, ook al was eisers echtgenote het niet eens met het huisverbod, bij afweging van de belangen doorslaggevende waarde kunnen toekennen. De rechtbank is derhalve, evenals de voorzieningenrechter, van oordeel dat verweerder het huisverbod heeft kunnen verlengen.
Nu ook uit hetgeen eiser voor het overige heeft aangevoerd niet volgt dat het bestreden besluit niet in stand kan blijven, dient het beroep ongegrond te worden verklaard.
Het verzoek verweerder te veroordelen tot schadeloosstelling is niet nader onderbouwd, dit wordt derhalve afgewezen.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
3 Beslissing
De rechtbank Rotterdam,
recht doende:
verklaart het beroep ongegrond;
wijst af het verzoek om schadeloosstelling;
wijst af het verzoek verweerder te veroordelen in de proceskosten.
Aldus gedaan door mr. M.J.M. Marseille, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M. Pandelitschka, griffier.
De griffier, De rechter,
Uitgesproken in het openbaar op 21 juni 2010.