ECLI:NL:RBROT:2010:BM8524
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing intrekking vergunning bemiddelingsvennootschap wegens onvoldoende onderbouwing beheerste bedrijfsvoering
De AFM heeft de vergunning van een vennootschap voor bemiddelen in financiële producten ingetrokken omdat de vennootschap niet reageerde op herhaalde verzoeken om het self assessment in te vullen en andere informatieverzoeken, waardoor volgens de AFM geen beheerste bedrijfsvoering meer aanwezig zou zijn.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het niet reageren op deze verzoeken niet automatisch betekent dat er geen beheerste bedrijfsvoering is, mede omdat de wettelijke bepalingen geen nadere regels bevatten over het voldoen aan informatieverzoeken van de AFM. Ook is vastgesteld dat de aangetekende stukken de vennootschap hebben bereikt, ondanks de afwezigheid van de vennoot.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe door het bestreden besluit te schorsen tot zes weken na de beslissing op bezwaar, en veroordeelt de AFM tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Dit oordeel is voorlopig en bindt niet de beslissing in de hoofdzaak.
Uitkomst: Het besluit van de AFM tot intrekking van de vergunning wordt geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar.