ECLI:NL:RBROT:2010:BM8650
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tussentijdse opzegging schoonmaakovereenkomst tussen professionele partijen
Partijen sloten op 31 juli 2009 een driejarige schoonmaakovereenkomst waarbij CSU schoonmaakdiensten zou verrichten bij Cabot. Cabot was ontevreden over de dienstverlening en sprak dit meerdere malen uit in gesprekken en correspondentie. Op 25 februari 2010 zegde Cabot de overeenkomst tussentijds op met inachtneming van een opzegtermijn van drie maanden, waarmee de overeenkomst per 1 juni 2010 zou eindigen.
CSU vorderde in kort geding nakoming van de overeenkomst en schadevergoeding, stellende dat tussentijdse opzegging niet was toegestaan behalve in uitzonderlijke situaties zoals faillissement of ernstige wanprestatie. Cabot stelde dat artikel 13 lid 2 van Pro de overeenkomst en de toepasselijke algemene voorwaarden tussentijdse opzegging zonder bijzondere omstandigheden toestaan.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de tekst van de overeenkomst en de algemene voorwaarden tussentijdse opzegging zonder restricties mogelijk maken. Gezien de professionaliteit van partijen en eerdere overeenkomsten tussen hen, werd aan de bewoordingen groot belang toegekend. Er was geen aanwijzing dat partijen geen tussentijdse opzeggingsmogelijkheid hadden beoogd.
De opzegging door Cabot werd getoetst aan de redelijkheid en billijkheid. Gezien de geuite ontevredenheid, de gegeven gelegenheid tot verbetering en het feit dat CSU niet tijdig en voortvarend verbeterde, werd de opzegging als aanvaardbaar beschouwd. Ook de belangen van CSU, waaronder een speciaal voor het project aangeschafte bus, wogen niet zwaarder dan het recht van opzegging van Cabot.
De vorderingen van CSU werden daarom afgewezen en CSU werd veroordeeld in de proceskosten van Cabot.
Uitkomst: De vorderingen van CSU worden afgewezen en Cabot mocht de overeenkomst tussentijds opzeggen.