ECLI:NL:RBROT:2010:BM9349
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot rectificatie wegens beschuldigingen betrokkenheid Rwanda-genocide
De rechtbank Rotterdam behandelde een kort geding waarin eiser, een voormalig Rwandese majoor woonachtig in Nederland, vorderde dat NRC Handelsblad een rectificatie zou plaatsen wegens beschuldigingen in artikelen over zijn vermeende betrokkenheid bij de genocide in Rwanda 1994. Eiser stelde dat de artikelen onjuist waren, dat NRC onvoldoende onderzoek had gedaan en het beginsel van hoor en wederhoor had geschonden.
De rechtbank onderzocht de teksten, gebruikte bronnen en de mate van wederhoor. Het oordeel was dat de artikelen slechts beschuldigingen van bronnen weergeven, met gebruik van woorden als "volgens" en "menen", en niet op eigen gezag schuldig verklaren. NRC gebruikte meerdere bronnen, waaronder een rapport van African Rights en Redress, documenten van het Rwanda Tribunaal en gacacarechtbanken, die voldoende fundament boden voor de verdenkingen.
Hoewel eiser betoogde dat de bronnen onbetrouwbaar waren en dat onderzoeken door justitiële instanties geen verdenkingen opleverden, kon hij dit niet aannemelijk maken. NRC had bovendien voldoende pogingen gedaan tot wederhoor, waarbij een uitgebreid weerwoord van eiser in een latere publicatie was opgenomen. Het maatschappelijk belang van de publicaties werd erkend. De voorzieningenrechter oordeelde dat de publicaties niet onrechtmatig waren en wees de vorderingen tot rectificatie en schadevergoeding af.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen tot rectificatie en schadevergoeding af en oordeelt dat NRC niet onrechtmatig heeft gehandeld.